Een goed recept geeft nog geen goed gerecht
Competentiemanagement
Was de aandacht van veel instellingen de
afgelopen jaren vooral gericht op de omslag naar een meer vraaggerichte
organisatie, nu staan zij aan de vooravond van een nieuwe slag:
extramuralisering en de
vernieuwde AWBZ. De doelen en missie van de
organisatie moeten worden aangepast en vervolgens de wijze waarop deze
wordt aangestuurd. Competentiemanagement wordt populair.
Van wolligheid naar duidelijkheid
De kern van
competentiemanagement is dat er wordt gestuurd op vaardigheden waar de
organisatie in de toekomst behoefte aan heeft. Het slaat een brug tussen
organisatiedoelen en prestaties van mensen. Competenties zijn persoonlijke
kwaliteiten om effectief te kunnen functioneren uitgedrukt in stijl,
gedragsvaardigheden en kennis.
Competentiemanagement maakt het mogelijk om gerichter te investeren in de
ontwikkeling van de organisatie en de mensen die er werken. Dit is een
open deur maar de praktijk laat regelmatig zien dat dit niet eenvoudig is.
De meeste organisaties slagen er goed in om hun missie en visie in een
beleidsplan op te nemen maar het is aanzienlijk moeilijker om dat te
vertalen naar organisatiedoelen en naar de daarbij benodigde competenties
van medewerkers.
Veel missies zijn nogal wollig geformuleerd en daar is niks mis mee, maar
als het gaat om de vertaling naar duidelijke organisatiedoelen blijft het
wazig. Hebben we het wel over hetzelfde als het gaat om zaken als
bijvoorbeeld vraaggericht werken en zelfsturing? Een redelijk algemene
visie geeft ruimte voor interpretatieverschillen. Soms schrikt het
management terug voor de consequenties wanneer de geformuleerde missie
wordt vertaald naar concretere einddoelen. De eerste stap is dus het
concretiseren van de missie: wat wordt er van ons gevraagd, wat streven we
na, hoe ziet onze organisatie er dan uit en welke competenties horen
daarbij?
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand
Als het doel duidelijk is,
is de volgende stap het in kaart brengen van de huidige situatie. Immers
aan luchtfietserij heeft niemand iets. U moet weten hoe uw huidige
organisatie ervoor staat. Welke competenties zijn er aanwezig? Wat is de
bestaande cultuur? Het veranderen van de cultuur is een proces dat tijd
nodig heeft, maar als we iets willen bereiken, moeten we weten in welke
richting de verandering gaat.
Een simpel voorbeeld uit de praktijk: een organisatie wil meer
vraaggericht gaan opereren. Voor een training van het managementteam is
een overheadprojector nodig. Het trainingsbureau belt vooraf hierover: het
wordt geregeld. Op de dag van de training is de overheadprojector er niet.
De deelnemers constateren dat en vinden dat een typisch voorbeeld van hoe
het in de eigen organisatie gaat. Er wordt echter geen actie ondernomen
maar grapjes over gemaakt. De derde trainingsdag staat de projector klaar
en is men zich er bewust van geworden dat als niemand iets doet, er niets
gebeurt. Het management maakt zelf deel uit van de cultuur. Er over praten
is goed maar soms is het nodig dat men zelf de spiegel krijgt
voorgehouden.
Een ander voorbeeld: een organisatie wil zelfsturing gaan invoeren.
Vervolgens stelt het managementteam in de aanloop daartoe vast dat men het
budget wel centraal wil beheren, dat het de komende drie jaar niet lukt om
kwartaalbegrotingen tijdig op te stellen, dat personeelszaken het beheer
houdt over selectie en werving van personeel etc. etc. Want anders
‘verliezen we het overzicht’.
Ruimte om te experimenteren
Als duidelijk is wat wenselijk
is en wat de realiteit is, is het verstandig om niet meteen van wal te
steken, maar een moment van bezinning in te bouwen. Hoe groot is de
discrepantie tussen beiden? Hoe groter dit verschil hoe belangrijker het
wordt om tussendoelen op te stellen of het einddoel bij te stellen.
Wanneer je vaststelt dat het middenkader niet kan voldoen aan de gestelde
doelen voor de toekomst, dan is het verstandig hier uitdrukkelijk bij stil
te staan. Organisatieverandering betekent vooral gedragsverandering en
niet uit het met pen en papier uitwerken van andere structuren. Het komt
regelmatig voor dat er een groot verschil is tussen de papieren
organisatie en de organisatie in werkelijkheid. Iets wat bij een visitatie
in het kader van certificering pijnlijk duidelijk kan worden. Geef u zelf
(en anderen) de ruimte om te experimenteren. Er zijn meerdere wegen die
naar Rome leiden en bovendien voorkomt u daarmee dat u de alles
beslissende regisseur wordt. Uw beleving van de werkelijkheid en
wenselijkheid kan sterk verschillen met die van grote groepen medewerkers
binnen uw organisatie. Communiceer daarom. Bedenk dat een belangrijke
constatering uit ‘Werk in beeld’ is: de communicatie kan veel beter.
Overleggen of met elkaar praten?
Het voorwerk is gedaan en
u komt toe aan het formuleren van de competentieprofielen. Deze zijn per
definitie toekomstgericht. Laat de kans niet liggen om de betreffende
medewerkers hier actief bij te betrekken. Een goede aanpak is om eerst een
conceptprofiel op te stellen, dit vervolgens samen met de betrokkenen door
te lopen (beter nog: dat onder begeleiding van een ander met elkaar te
bespreken) vervolgens samen het profiel bij te stellen en dan vast te
stellen.
Ik wil een ervaring kwijt die naar mijn idee belangrijk is bij dit proces:
in trajecten die wij uitvoeren geven medewerkers vaak aan dat de daarin
opgenomen begeleidingsmomenten de weinige en soms de enige momenten zijn
waarop men met elkaar over dergelijke zaken spreekt. Overleggen met elkaar
is dus wat anders dan ‘met elkaar praten’ of ‘uitwisselen’. Dit is zeer
belangrijk omdat het bijdraagt tot commitment. Het gaat niet om een trucje
maar om iets wezenlijks.
Past het dekseltje wel op het potje?
Het is nu duidelijk welk
competentieprofiel wordt nagestreefd. Dan komt het moment om wenselijkheid
naast de werkelijkheid te leggen. Een methode die daarbij vaak wordt
gebruikt is de 360-graden feedbackmethode. Op basis van de resultaten van
deze methode (die een relatie heeft met de in het competentieprofiel
vermelde kennis, vaardigheden en stijl) kan per medewerker een actieplan
worden opgesteld met daarin duidelijk omschreven doelen, termijnen en
momenten voor evaluatie. Regelmatig wordt deze methode toegepast bij het
middenkader maar onze ervaring is dat het minstens zo leerzaam is voor het
management. Soms wordt ‘ontdekt’ dat bepaalde vaardigheden die bij het
middenkader worden verwacht, bij zichzelf voor verbetering vatbaar blijken
te zijn. Wil men zelf de rol van begeleider vervullen dan zal men voor die
vaardigheden ook zelf vaardig moeten zijn. Ook kan het duidelijk worden
dat werkelijkheid en wenselijkheid niet met elkaar in overeenstemming zijn
te brengen. Het is dan prettig als van tevoren goed is nagedacht over hoe
dan te handelen.
Niet meer doen maar anders doen
Voordat u van start kunt gaan
moet u het geheel goed borgen binnen de organisatie. Dat betekent niet
alleen de methodiek van de competentieprofielen maar ook de relatie en
gevolgen voor werving en selectie, het scholingsplan, de
functioneringsgesprekken en wat dies meer zij. Een veel gehoorde reactie
is dat het allemaal (te) veel wordt. Maar dat hoeft niet. De sleutel is om
niet steeds meer zaken erbij te doen maar om het anders te doen. Het ligt
voor de hand om functionerings- en of beoordelingsgesprekken te integreren
met de competentieprofielen tot een nieuw en dus alles vervangend gesprek.
Bijvoorbeeld in de vorm van een ontwikkelgesprek of, zoals in de CAO is
opgenomen, een PoP (een Persoonlijk Ontwikkelings Plan).
Extra aandacht is nodig voor de medewerkers om in of naar hun
competentieprofiel te groeien. Trainingen kunnen daarbij een goed
hulpmiddel zijn maar effectiever is coaching-on-the-job.
Trainingssituaties zijn vaak te kunstmatig en hebben het risico dat na het
verlaten van de trainingsruimte wordt overgegaan tot de orde van de dag.
Een en ander is wel afhankelijk van wat wordt getraind. Het aanleren van
kennis leent zich goed voor trainingen of cursussen. Het aanleren en
toepassen van vaardigheden en ontplooien van persoonlijke kwaliteiten
lenen zich hiervoor minder. Dat moet vooral in de praktijk van alledag
plaatsvinden en heeft een sterke individuele component.
Het is duidelijk, competentiemanagement vraagt inspanning en tijd. De
oogst kan echter groot zijn: een organisatie die ongeacht de zelf
geformuleerde visie flexibeler en creatiever kan omgaan met de aan haar
gestelde vragen.
Ron van Wijhe, BTSG
Verschenen in BTSG InfoBulletin, nr. 54, april 2003
Meer weten? Bezoek onze
bibliotheek.
BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH Nijmegen. |