Bouw en werking van de hersenen

Omdat bij aandoeningen in de hersenen (CVA, Alzheimer/dementie, Parkinson e.d.) delen van de hersenen worden aangetast of (gedeeltelijk) hun functie verliezen, is het belangrijk een uitstapje te maken naar de  opbouw van onze hersenen. We beperken ons tot de locaties van de waarnemings- en bewegingsfuncties over het hersenweefsel en de werking van reflexen.

Binnen de hersenen worden bepaalde gebieden onderscheiden die ook een verschillende functie vervullen. De volgende gebieden worden onderscheiden:

  • De hersenstam. Hier liggen alle functies die letterlijk van vitaal belang zijn voor het in stand houden van het lichaam, zoals de bloedstroom, ademhaling en temperatuurregulatie. Verder draagt hij zorg voor de regulatie van de lichaamshouding en het slaap-waakritme (=inwendige klok). De hersenstam verbindt vezels uit het lichaam met de rest van de hersenen. In de hersenstam vinden reflexen plaats die betrekking hebben op: de speekselklieren, de ogen, de luchtwegen en slikken (en braken en kokhalzen).
  • De kleine hersenen. Hier wordt de co÷rdinatie van de motoriek geregeld. Die co÷rdinatie (evenwicht en spierspanning) vindt plaats in nauwe samenwerking met de grote hersenen, de hersenstam en het ruggenmerg.
  • De tussenhersenen. Hier wordt de mate van geconcentreerdheid op een bepaalde bezigheid geregeld. Het heeft een regulerende invloed op de hormoonhuishouding en de lichaamstemperatuur en bevat het dorst- en hongercentrum.
  • Het limbisch systeem. Dit bestaat uit delen van de tussenhersenen en delen van de grote hersenen. Dit systeem speelt een belangrijke rol bij emotionaliteit (o.a.: agressie, angst en opwinding).
  • De grote hersenen of hersenschors (de kwabben in de illustratie). Hier ligt een grote verscheidenheid aan functies. Niet alle functies zijn even makkelijk te lokaliseren.

In de hersenschors worden de functies motoriek (beweging) en sensoriek (waarneming) geregeld. De verschillende functies zijn hier als volgt over de hersenen verdeeld (zie ook de figuur voor een globale aanduiding):

  1. Secundair motorische schors
    In deze schors ligt opgeslagen hoe bewegingen uitgevoerd moeten worden (lopen, fietsen etc.). Deze bewegingen kunnen uitgevoerd worden als zij naar de primaire motorische schors worden gestuurd. In deze schors ligt onder andere het spraakcentrum en het centrum voor geco÷rdineerde oog- en hoofdbewegingen.
  2. Primaire motorische schors
    Hier wordt de uitvoering van bewegingen geregeld. De rechterhelft van de hersenen zorgt voor prikkeling van de linkerzijde van het lichaam en vice versa. Op de motorische schors heeft elke skeletspier een eigen plekje van waaruit prikkels naar de betreffende spier worden gestuurd. Het aantal contacten tussen de hersenen en de spier is afhankelijk van de nauwkeurigheid waarmee de spier kan bewegen. (De vingers kunnen heel nauwkeurig bewegen en nemen dus ook een groot deel in beslag van de primaire motorische schors.)
  3. Sensibele schors
    Hier vindt de gewaarwording plaats van de gevoelsprikkels (druk, tast, pijn, temperatuur en het bewegingsgevoel). Elk lichaamsgebied heeft zijn eigen plaats op de sensibele schors. Lichaamsgebieden met een fijne ‘gevoeligheid’ beslaan een grotere oppervlakte op deze schors.
  4. Associatieve schors
    Hier wordt een betekenis gegeven aan de verschillende inkomende sensorische prikkels.
  5. Spraakcentrum
    Van belang voor onze spraak. Voor het gebruik van de taal zijn meerdere gebieden binnen de hersenen van belang zoals het gebied van Broca en Wernicke.
  6. Auditieve schors
    Hier eindigen de vezels die de gehoorprikkels uit het gehoororgaan vervoeren.
  7. Primaire optische schors
    Hier eindigen de vezels die de prikkels uit de netvliezen van de ogen vervoeren. De linkerhelft van de hersenen ontvangt de prikkels uit de linkerhelften van beide netvliezen en vice versa.

Ten slotte kan er een indeling gemaakt worden in linker- en rechterhersenhelft. De bouw van beide helften is identiek, de functie echter niet. Er is een dominante helft (links): taal, logica, nummers, volgorde, analyse en lijsten. Dit deel ‘denkt’ in taal en begrippen. In dit deel ligt het spraakcentrum. De dominante helft is bij (bijna) alle mensen die rechtshandig zijn en bij de meeste die linkshandig zijn de linkerhersenhelft.
De niet-dominante hersenhelft (rechts) is het artistieke brein: emoties, ruimtelijke waarneming, totaliteit van beelden, verbeelding, kleur, dagdromen, begrip en waardering voor muziek / andere kunstuitingen (ritme) en sociaal gedrag. Dit gedeelte ‘denkt’ in beelden en gevoel.
Beide hersenhelften werken intensief samen.

In onderstaand Engelstalig filmpje wordt de anatomie en functies van de hersenen uitgelegd aan de hand van een animatie.

 

Reflexen
Bij een reflex gaat het om een automatische activiteit van een orgaan die tot stand komt als gevolg van een of andere prikkeling. Er zijn 3 soorten reflexen:

  • reflex via het ruggenmerg,
  • hersenstamreflex,
  • reflex via de grote hersenen.

Een reflexboog is de weg die een prikkel aflegt van plek van waarnemen tot de plaats van reactie. De prikkel passeert in deze reflexboog een aantal punten: de sensor, (de verbinding tussen sensor en ruggenmerg), schakelneuron (zit in het ruggenmerg), verbinding tussen ruggenmerg en spiervezels / klierweefsel en de spiervezels / klierweefsel.
Ieder mens heeft een aantal reflexen, die vanaf de geboorte aanwezig zijn. Deze reflexen verlopen via het ruggenmerg of via de hersenstam. Voorbeelden zijn de zuig- en hoestreflex. Ook zijn er aangeleerde reflexen. Deze reflexen worden aangeleerd in het leven van het individu en ze kunnen per persoon anders zijn (voorbeeld: bij de een loopt het water in de mond van taart, bij een ander juist bij snoep).

Meer weten over andere onderwerpen? Bezoek onze bibliotheek.

BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH Nijmegen.