CVA, omgaan met geheugenstoornissenVergeten is een normaal verschijnsel. Wanneer iemand echter veel meer vergeet dan normaal, kan er sprake zijn van een geheugenstoornis (amnesie). Dit kan onder meer veroorzaakt zijn door een CVA. Een klassieke indeling van het ingewikkelde proces van onthouden is die in drie fasen:
Het opnemen van informatie vereist dat deze aandachtig wordt waargenomen, herkend en verwerkt. De werking van het geheugen wordt onder andere beïnvloed door emoties, vermoeidheid, interesse en sommige medicijnen. We spreken van anterograde amnesie wanneer iemand met een CVA moeite heeft met het opnemen van nieuwe informatie. Hij of zij weet bijvoorbeeld niet meer wat er onlangs is gezegd, leert moeilijk, raakt voorwerpen kwijt of vergeet dat er bezoek is geweest. Van reterograde amnesie is sprake wanneer de betreffende persoon zaken van voor de beroerte niet meer kan ophalen. Iemand is dan een deel van zijn verleden kwijt. De lengte van de verloren periode kan sterk verschillen. Wanneer iemand vooral moeite heeft met het spontaan ophalen van
informatie kunnen herinneringsprikkels, zoals voorwerpen of foto's, of
meer- keuzevragen hierbij helpen. Het geheugen 'trainen' door
bijvoorbeeld veel uit het hoofd te leren blijkt weinig effectief te
zijn. Het is beter ziçh te richten op het toepassen van strategieën die
helpen de aanwezige geheugencapaciteit zo effectief mogelijk te
gebruiken.
Vermijd voortdurende confrontaties en help de strategieën toe te passen. Meer informatie
over CVA BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH Nijmegen. |