CVA, omgaan met geheugenstoornissen

Vergeten is een normaal verschijnsel. Wanneer iemand echter veel meer vergeet dan normaal, kan er sprake zijn van een geheugenstoornis (amnesie). Dit kan onder meer veroorzaakt zijn door een CVA. Een klassieke indeling van het ingewikkelde proces van onthouden is die in drie fasen:

  • opnemen (inprenten);
  • bewaren (geheugen) en
  • ophalen (herinneren of retrieval) van informatie .

Het opnemen van informatie vereist dat deze aandachtig wordt waargenomen, herkend en verwerkt. De werking van het geheugen wordt onder andere beïnvloed door emoties, vermoeidheid, interesse en sommige medicijnen.

We spreken van anterograde amnesie wanneer iemand met een CVA moeite heeft met het opnemen van nieuwe informatie. Hij of zij weet bijvoorbeeld niet meer wat er onlangs is gezegd, leert moeilijk, raakt voorwerpen kwijt of vergeet dat er bezoek is geweest.

Van reterograde amnesie is sprake wanneer de betreffende persoon zaken van voor de beroerte niet meer kan ophalen. Iemand is dan een deel van zijn verleden kwijt. De lengte van de verloren periode kan sterk verschillen.

Wanneer iemand vooral moeite heeft met het spontaan ophalen van informatie kunnen herinneringsprikkels, zoals voorwerpen of foto's, of meer- keuzevragen hierbij helpen. Het geheugen 'trainen' door bijvoorbeeld veel uit het hoofd te leren blijkt weinig effectief te zijn. Het is beter ziçh te richten op het toepassen van strategieën die helpen de aanwezige geheugencapaciteit zo effectief mogelijk te gebruiken.
Een probleem hierbij is vaak dat de betreffende persoon lang niet altijd weet dat hij / zij iets vergeten is. Dit kan makkelijk leiden tot misverstanden of wantrouwen. Verder roept vergeetachtigheid soms frustratie, irritatie, onzekerheid of angst om de greep te verliezen op. Een mens heeft zijn geheugen nodig om te weten waar hij is en waarom, hoe hij ergens moet komen, wat hij moet doen, welke datum het is enzovoort. Het geheugen kan onder andere worden ondersteund door:

  • informatie meer bewust, aandachtig op te nemen;
  • informatie te doseren en (zo nodig vaak!) te herhalen;
  • op te nemen informatie te ordenen;
  • gebruik te maken van routines en gewoontes;
  • gebruik te maken van externe hulpmiddelen als agenda, notitieblok, memorecorder, memobriefje, wekker, alarmhorloge;
  • gebruik te maken van ezelsbruggetjes en eigen associaties.

Vermijd voortdurende confrontaties en help de strategieën toe te passen.

Meer informatie over CVA
Meer weten over andere onderwerpen? Bezoek onze bibliotheek.

BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH Nijmegen.