Dementieel syndroom
Als iemand de leeftijd van 50 jaar gepasseerd is, kan hij de verzuchting slaken: "Je
kunt merken dat ik geen achttien meer ben, dat ik oud word". Wat gebeurt
er tijdens het ouder worden in het lichaam? Welke veranderingen vinden
daar plaats? Het einde van de ouderdom kan precies aangegeven worden; elk
leven eindigt met de dood. Maar moeilijker is het om aan te geven wanneer
een veroudering begint. Bij je veertigste jaar, je vijftigste (Abraham,
Sarah) of misschien je vijfenzestigste? Of al op je achttiende, of reeds
bij de geboorte? Nog verder kunnen we terug gaan in onze
levensgeschiedenis. Naar die enkele uren dat ieder van ons slechts één cel
groot was. Toen begon het leven maar misschien ook al de veroudering.
Waarom we verouderen is niet geheel bekend. Wel is bekend dat er een
biologische maximum leeftijd lijkt te zijn van zo'n 113 tot 118 jaar.
Laten we echter onze aandacht weer richten op die ene cel. Die ene
cel werd twee cellen, twee cellen werden vier cellen, vervolgens acht,
vervolgens zestien enzovoort. Deze celdeling gaat het hele leven door.
Cellen sterven af en worden vervangen door nieuwe, weer jonge cellen.
Daardoor kunnen organen groeien en daarmee het lichaam. De celdeling gaat
door. Dat geldt voor bijna alle organen.
Een uitzondering hierop vormen de zenuwcellen in onze hersenen. Daar houdt de celdeling op,
zodra de hersenen volledig gevormd zijn. Bij een volwassen mens gaan
dagelijks ongeveer tienduizend hersencellen verloren, dat komt neer op
gemiddeld elke minuut 7 cellen. Dit verlies van zenuwcellen wordt niet
aangevuld. Gedurende een mensenleven leidt dit tot een verlies van
ongeveer 250 miljoen hersencellen. Toch is dit maar een fractie (ongeveer
2%) van het totaal aantal zenuwcellen in onze hersenen, dat voor een volwassen mens op 100 miljard wordt geschat. Een verlies dat op zich niet tot dementie
leidt.
Dementieël syndroom
Een proces van geestelijke achteruitgang, in de volksmond dementie genoemd,
speelt zich af in de hersenen. Voor veel mensen is dementie een
onbegrijpelijke - en daardoor moeilijk te aanvaarden - ziekte. Maar wat
bedoelen we nu als we spreken van dementie? Is er dan altijd sprake van
een hersenziekte met bepaalde aantoonbare hersenafwijkingen?
Van een longontsteking is bekend dat het een ziekte van de longen is met
vast omschreven anatomische afwijkingen. Deze ziekte ontstaat door
infectie met bepaalde bacteriën. Het verloop van de ziekte is voorspelbaar
en de behandelingsmogelijkheden zijn bekend. Daarna kan volledig herstel
volgen.
In deze zin kan bij dementie in zijn algemeenheid lang niet altijd van een
ziekte gesproken worden. Bij dementie hoeft het niet te gaan om één
bepaalde hersenziekte, met vast omschreven verschijnselen, met een
voorspelbare afloop en een bekende behandeling. In dit verband wordt
daarom bij een optredende geestelijke achteruitgang liever gesproken over
een dementieël syndroom. We spreken van een syndroom wanneer we te
maken hebben met een aantal kenmerkende verschijnselen, die vaak in een zelfde
combinatie voorkomen en die als eenheid moeten worden opgevat. Er treden
dan verschijnselen/ gedragingen op, welke overeen komen met de
verschijnselen welke optreden bij dementie.
De oorzaak van het optreden van deze
verschijnselen kan echter heel verschillend zijn. Zo ook vaak de
behandeling en het verdere verloop. Uit schema 1 blijkt duidelijk dat er
vele oorzaken kunnen zijn die een dementiëel syndoom tot gevolg hebben. Er
wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen een primaire en secundaire
dementie. Primair wil zeggen dat het dementiëel syndroom direct een
gevolg is van het verloren gaan hersencellen. Secundair wil zeggen dat het
dementiëel syndroom een gevolg is van andere ziekten of psycho-sociale
omstandigheden. Vaak wordt in dit verband ook wel gesproken van het
optreden van pseudo- of schijndementie (de verschijnselen zijn er maar er
is geen sprake van dementie).
Schema 1: Het holistische model volgens Wang

In het schema komt niet alleen duidelijk naar voren dat er tal van
oorzaken kunnen zijn die een dementiëel syndroom oproepen maar ook dat deze
een lichamelijke, sociale of psychische oorzaak kunnen hebben.
Bij de in het schema opgesomde secundaire elementen gaat het ook altijd om
behandelbare oorzaken. Men spreekt dan van "een dementiëel syndroom dat
omkeerbaar (= reversibel) is". Van belang daarbij is dat deze behandelbare
oorzaken tijdig onderkend worden. Blijven ze (te lang) onbehandeld,
dan kan het beeld alsnog onomkeerbaar (= irreversibel) worden. In schema 2
staan daarom nog wat uitvoeriger een aantal behandelbare oorzaken. Deze
lijst is echter verre van volledig.
|
Schema 2: Vaak nog behandelbare oorzaken van dementie verschijnselen mits tijdig
onderkent |
|
Lichamelijke oorzaken |
| vergiftigingen |
Overmatig gebruik van alcohol
Slaapmiddelen
Koolmonoxide
Kalmeringsmiddelen
Ongunstige combinaties van medicijnen |
| Onvoldoende voeding |
Tekorten aan bepaalde vitamines (B12)
Uitdroging |
| Bepaalde ziektes |
Longontsteking
Blaasontsteking |
| Stoornissen in de werking
van hormoonvormende organen |
Schildklier
Alvleesklier |
| Aandoeningen / ziektes van
andere organen |
Hart
Longen
Lever
Nieren |
| Verstoorde zintuigfuncties |
Gezichtsvermogen
Gehoorproblemen |
| Aandoeningen van de hersenen |
CVA
Multiple sclerose
Ziekte van Parkinson
Hersentumor
Hoge druk ventrikels |
|
Psychosociale oorzaken |
Angst
Eenzaamheid
Depressie |
|
|
Sociale oorzaken |
Verandering van omgeving
Langdurige stress
Institutionalisering |
|
Een goede diagnose-stelling bij iemand die een dement gedrag vertoont
is dus erg belangrijk. Er zijn een aantal vuistregels te geven waarmee je
een indicatie kunt krijgen of er mogelijk sprake is van schijndementie of
dementie. Deze vuistregels tref je in schema 3 aan. Realiseer echter
goed dat deze vuistregels nooit een goede diagnose kunnen
vervangen.
| Schema 3: vuistregels |
|
Schijndementie |
Dementie |
| het begin kan redelijk nauwkeurig worden aangegeven |
het begin is niet duidelijk aan te geven |
| vanaf het begin een snelle ontwikkeling van de symptomen |
symptomen verergeren langzaam |
| oudere klaagt over het eigen geestelijk functioneren |
oudere klaagt weinig over het eigen geestelijk functioneren |
| oudere benadrukt zelf zijn onvermogen |
oudere camoufleert zijn onvermogen |
| aandacht en concentratie vaak goed behouden |
aandacht en concentratievermogen zijn verstoord |
| het proces blijkt omkeerbaar te zijn |
het proces blijkt niet omkeerbaar |
Zoals gezegd, het proces van dementie speelt zich af in de hersenen. Bij
dementie sterven de hersencellen beetje bij beetje af en dit in grotere
omvang dan bij het "normale" afsterven het geval is. Dat
wordt atrofie genoemd. Hierdoor kunnen
steeds meer vaardigheden en lichaamsfuncties niet meer naar behoren worden uitgevoerd.
De hedendaagse naam van deze meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer
vernoemd naar de arts Aloïs Alzheimer die dit proces voor het eerst omschreef in 1906.
Soms wordt ook gesproken van SDAT (seniele dementie van
het Alzheimer
type). In 60 tot 70 % van de gevallen hebben we met deze aandoening te
maken. Ondanks veel onderzoek en soms
veel belovende artikelen in kranten is tot nu toe deze ziekte niet te
genezen.
De oorzaak van dit meer dan normaal afsterven van hersencellen
bij de ziekte van Alzheimer is niet
goed bekend. Het zou veroorzaakt kunnen worden door een
stofwisselingsstoornis in de hersenen. Er zijn ook aanwijzingen dat er
mogelijk sprake is van een erfelijke factor. Voorlopig blijft het echter
onduidelijk.
Door autopsie van de hersenen van mensen welke aan onbehandelbare vormen
van dementie leden is bekend, dat er veranderingen in de structuur van de
hersenen optreden. Niet alleen blijken de hersenen wat in te krimpen, maar
ook de groeven (= sulci) in de hersenen worden wijder en zijn er andere
veranderingen (o.a. de zogenaamde seniele plaques). Een andere veel voorkomende vorm van dementie is de zogenaamde
vasculaire of fronto
temporale dementie.
Bij deze vorm treden regelmatig infarcten op in de hersenen waardoor
bepaalde delen van de hersenen verloren gaan. Het verloop is daarbij
anders dan bij de ziekte van Alzheimer. Telkens wanneer een infarct is
opgetreden zie je een plotselinge achteruitgang in het functioneren van de
oudere waarbij ook acute neurologische uitvalsverschijnselen kunnen
optreden zoals bijvoorbeeld lichte verlammingen en spraak - of
taalstoornissen. In de periode na een dergelijk infarct (ook wel TIA
genoemd) treedt een zeker herstel op, echter het functioneren komt nooit
meer op het oude niveau terug. Je zou kunnen zeggen dat deze vorm van
dementie schoksgewijs verloopt.
Tot de overige vormen van dementie worden gerekend de ziekte van
Pick, de
Chorea van Huntington en
de ziekte van Jacob-Creutzfeld (tegenwoordig vooral in de bekendheid
gekomen door de BSE besmetting). Het voert hier te ver om nader op deze
niet vaak voorkomende ziekten in te gaan.
Op één punt willen we nog wijzen voordat we over gaan naar de centrale
kenmerken van dementie en dat betreft de toch nog vaak voorkomende
foutieve diagnose wanneer er sprake is van een depressie. De
verschijnselen die optreden bij een depressie kunnen namelijk heel veel
lijken op die van dementie. Overigens komt een combinatie dementie -
depressie ook voor. In schema 4 staan een aantal verschillen tussen
Alzheimer, vasculaire of frontotemporale dementie en
depressie.
|
Schema 4: Een aantal
kenmerken van de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie en
depressie |
| |
Ziekte van Alzheimer |
Vasculaire dementie |
Depressie |
| Begin |
Sluipend |
Plots |
Plotseling |
| Genezing |
Neen |
Neen |
Ja |
| Verloop |
Langzame verergering |
Trapsgewijze verergering |
Volledig herstel mogelijk |
| Ziekte inzicht |
Alleen in het begin |
Nog lang aanwezig |
Aanwezig |
Meer weten? Bezoek onze
bibliotheek.
BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH Nijmegen. |