Deze site gebruikt cookies

U bent in 'Bibliotheek'
    

Home BTSG Bibliotheek Trainingen Management BTSG academie ThemaBulletin EVV GVP
Sinds 1983 actief in de zorg voor ouderen Bijgewerkt op: zaterdag 09 november 2013    

KvK 09151324

 
Dementie
- dementie syndroom
- centrale gedragskenmerken
  -  andere mogelijke
   stoornissen en omgang
- omgangsadviezen
- neuropsychologisch onderzoek
- hersenatrofie bij dementie
- prognoses groei dementie tot 2030
- prognose opvangplaatsen tot 2030
- dementievormen
- diagnostiek
- richtlijnen / zorgstandaard
- onze hersenen



Gedrags- en omgangsadviezen bij dementerende ouderen

Benader de oudere met respect
De dementerende mens is een volwassen mens, met een heel eigen geschiedenis, die helaas in toenemende mate aanvullende hulp nodig heeft. Benader hem of haar met respect en niet "als een kind".

Activeren
Het is goed dat hij of zij actief en bezig blijft. Neem niets uit handen wat hij of zij nog kan, ook wanneer het een beetje fout loopt, of wanneer het te lang duurt. Laat de dementerende zichzelf wassen of doe samen een afwasje. Hou je bezig met de mogelijkheden, niet met de onmogelijkheden van de betrokkene. Zoek daarbij naar het evenwicht tussen dingen zelf laten doen (die nog goed lukken) en dingen overnemen/ uit handen nemen (bijvoorbeeld ter bescherming van de ouderen, om frustratie te voorkomen).

Een andere manier
Aanpassing aan de situatie is het sleutel-begrip. Als dingen niet meer op de vertrouwde manier kunnen, zoek een andere weg, maar stel daarbij de vraag MOET het wel gebeuren?, is het NOODZAKELIJK?. Bijvoorbeeld als iemand niet meer met mes en vork kan omgaan maar wel met de lepel, laat dat zo, ga het niet steeds corrigeren. Als iemand persé met zijn hoed op in bed wil slapen, laat dat zo, accepteer dat.

Decorum
Wanneer het besef van wat hoort en wat niet hoort, van wat netjes en niet netjes is, verloren gaat, bereik je meer door maar een oogje dicht te knijpen en onopgemerkt de helpende hand te bieden dan door een "standje" te geven.

Voorkom dat de persoon in een isolement komt
Soms heeft hij of zij de neiging zich terug te trekken omdat hij/zij zich onzeker voelt, dus probeer een bewoner bij groepsactiviteiten te betrekken.

Ontspanning
Geestelijke ontspanning en bezig zijn is belangrijk. Neem rustig de tijd voor bepaalde dingen zoals bijvoorbeeld koffie drinken. Activiteiten in de vorm van spelletjes, handenarbeid, iets klaarmaken, muziek en gesprekken zijn van belang. De spankracht van de dementerende is afgenomen dus kan hij/ zij niet lang achtereen bezig zijn. Een half uur kan al te lang zijn.

Communicatie
Enkele tips:

  • praat langzaam en gebruik korte zinnen.
  • stel één vraag of maak één opmerking tegelijk in een zin.
  • twee vragen of meer onthouden lukt niet meer.
  • geef niet meer dan één advies of taak tegelijk.
  • vertel wat er vandaag/ op dit moment aan de orde is, gebruik foto's (als je over bekenden praat), ga voor het raam staan als je over het weer praat. Koppel taal (abstract) zoveel mogelijk aan object (concreet).
  • voeg meteen de daad bij het woord (bijvoorbeeld ik zou het fijn vinden als u me met afwassen helpt, dit meteen ook gaan doen). Als er tijd zit tussen woord en daad is het snel vergeten.
  • benader de oudere altijd van voren (face to face).
  • besteed ook aandacht aan het non-verbale gedrag van de ander.

Vermijd test situaties
Maak de dementerende niet nog onzekerder door veel vragen te stellen als "Wie is die meneer/mevrouw?, Waar wonen de kinderen?, Wanneer zijn ze jarig?". Blijf niet doorvragen als hij of zij het niet meer weet. Blijf niet iets stimuleren wat niet meer kan.

Tempo aanpassen
De dementerende mens is sneller vermoeid en overbelast. Het is allemaal sneller teveel. Vermijd daarom teveel drukte, teveel vreemde gezichten, teveel TV. Pas je tempo aan. Omdat de betrokkene veel van wat hij/zij meemaakt weer vergeet, is veel nieuw en onbekend wat voor ons bekend en vertrouwd is.

Vaste structuren zijn belangrijk
Het helpt bij de oriëntatie als de dagelijkse leefwereld zoveel mogelijk onveranderd blijft. Alles op zijn vaste plaats (meubels) en herkenbaar (kleuren). Geef bepaalde kamers (slaapkamer, toilet) aan met symbolen.

  • hanteer zoveel mogelijk een vaste dagindeling. Doe dingen zoveel mogelijk in dezelfde volgorde en op het zelfde tijdstip.
  • breng de dementerende niet te vaak in nieuwe, andere situaties.
  • wissel niet onnodig met verzorgenden op de afdeling.
  • verander routine-handelingen alleen als ze niet meer werken, als ze geen zin meer hebben.

Omgaan met desoriëntatie in tijd
Help hem of haar met de tijdsoriëntatie door regelmatig op te merken:

  • het is nu half elf en koffietijd
  • het is vandaag woensdag. Op de activiteitenbegeleiding gaat u vandaag .....
  • straks komt ....... want die komt altijd op .....
  • het is mooi weer vandaag, dat mag ook wel want het is alweer mei.

Gebruik geheugensteuntjes zoals een mededelingenbord en een duidelijke kalender die ergens goed zichtbaar hangt.

Omgaan met verdriet
De dementerende mens beschikt nog wel degelijk over emoties. Als hij/ zij verdrietig is over zijn/haar (overleden) moeder die alsmaar niet thuiskomt, is hij of zij echt verdrietig. Poets dat verdriet niet weg. Probeer er samen achter te komen dat moeder overleden is of leid na enige tijd de aandacht naar iets anders, of als iemand iets kwijt is, ga dan samen zoeken en leid de aandacht af. Wees aanwezig door bijvoorbeeld de hand vast te houden of samen te gaan lopen.

Ga niet over tot welles/nietes discussie
Het resultaat is meestal spanningen, onrust en irritaties. Terechtwijzen of corrigeren is wat anders.

Emotionele labiliteit
"Normale" dagelijkse dingen kunnen de demente persoon snel overstuur maken. Voorkom frustrerende bezigheden, haal de persoon snel uit een overstuur-makende situatie (kalm, niet gehaast), ga dan niet in discussie, maar ben aanwezig (hand vasthouden of iets dergelijks en gaan lopen). Probeer te onderbreken, af te leiden.

Agressie en geweld
Zie de agressie als iets dat voorkomt uit de ziekte. Treed het niet tegemoet zoals bij een "gezond mens". De agressie is vaak overdreven, verkeerd gericht of een reactie op overvraagd zijn. Het is niet altijd op jou gericht. Blijf kalm want boos reageren kan de angst en onrust nog groter maken. Probeer de persoon af te leiden door bijvoorbeeld over een onderwerp te beginnen, waarvan je weet dat hij/ zij het een prettig onderwerp vindt. De betrokkene vergeet deze episode na een tijdje. Zorg er wel voor dat je je eigen emoties en boosheid met iemand anders kunt bespreken.

Depressie en angst
Soms merkt een dementerende op "Ik wil dood" of "Wat heeft het allemaal nog voor zin". Deze gevoelens zijn oprecht. Je kunt er op ingaan door te zeggen dat je het gehoord hebt of dat je het kunt begrijpen. Probeer de persoon niet te overtuigen dat het niet nodig is. Dwing hem of haar niet de gevoelens uit te leggen (dat gaat namelijk niet). Dit veroorzaakt alleen maar agitatie (onrust). Troost door er te zijn.

Beschuldigingen
Als je beschuldigd wordt, zie dit dan als een uiting vanwege de algehele verwarring die met de dementie samenhangt. Probeer het te zien als iets dat niet persoonlijk tegen jou gericht is en ga niet in discussie om het te weerleggen.

Hallucinaties
Als iemand iets ziet of hoort dat er niet is, ga dat dan niet ontkennen, maar zeg iets van "Ik zie het niet, maar ik zie wel dat u er angstig door wordt". Belangrijk is om aanwezig te zijn en kalmte uit te stralen. De ander aanraken kan een bescherming bieden tegen angsten. In een aantal gevallen kan medicatie behulpzaam zijn.
 

© BTSG 2013

Disclaimer