Home BTSG Bibliotheek Trainingen BTSG academie EVV GVP ThemaBulletin  
Sinds 1983 actief in de zorg voor ouderen Bijgewerkt op: zondag 27 april 2014     Cookiebeleid

KvK  09151324

 
Eenzaamheid
- wat is
- brochure 'Signaleren en aanpak'
   



Eenzaamheid

Groot was de ongerustheid onder het personeel van een verzorgingshuis toen uit een gedragsobservatie bleek dat bij ruim 70% van de bewoners sprake was van een matige tot ernstige vorm van isolement. Dat de bewoners in dit huis niet veel contact met elkaar hadden was bekend, maar zo'n hoog percentage, was toch wel een verrassing. Uit de daarop volgende interviews met deze als geÔsoleerd omschreven bewoners, werd echter duidelijk dat dit percentage geen goede maat was voor eenzaamheid. Slechts 40% (!) van deze bewoners gaf zelf aan het eigen bestaan als eenzaam te ervaren. 'Vertaald' naar het hele verzorgingshuis zou dit betekenen dat 28% van de bewoners zich eenzaam voelde.
Uit een ander onderzoek naar het voorkomen van psychische en sociale problemen onder bewoners van enkele verzorgingshuizen, komt een bijna vergelijkbaar beeld naar voren: bij gemiddeld 58% van de bewoners worden weinig tot geen sociale contacten waargenomen. Bij 30% van deze verzorgingshuisbewoners was sprake van gevoelens van eenzaamheid. Ook uit ander cijfermateriaal blijkt dat 20 tot 40% van de verzorgingshuisbewoners zich eenzaam voelt.
Bij thuiswonende ouderen komen eenzaamheidsgevoelens minder vaak voor: 80% van de zelfstandig wonenden voelt zich nooit eenzaam, 15% zo nu en dan en 5% geregeld.
Uit andere gegevens blijkt dat de vraag "Voelt U zich (soms) eenzaam" door 25% van de mensen tussen de 65 en 74 jaar bevestigend beantwoord wordt. Het gaat hier ook om zelfstandig wonende ouderen. Bij mensen van 75 jaar en ouder ligt dit percentage op 35%. Van de wat jongere mensen, 35 jaar en ouder, voelt 20% zich (soms) eenzaam.

Isolement en eenzaamheid
De hierboven aangehaalde cijfers tonen al enigszins aan dat isolement niet hetzelfde is als eenzaamheid.

  • Isolement zegt iets over het aantal feitelijke sociale contacten. Er zijn dan geen of zeer weinig personen waarop iemand terug kan vallen.
  • Eenzaamheid heeft alles te maken met de beleving en waardering van die sociale contacten.

Eenzaamheidsgevoelens hangen niet uitsluitend af van het aantal feitelijke contacten. Sommige mensen voelen zich eenzaam zonder dat er sprake is van een isolement, anderen voelen zich in het geheel niet eenzaam, hoewel ze -objectief gezien- vrij weinig contacten hebben.

Negatieve beeldvorming
Het beeld dat de samenleving van haar oudere burgers heeft kan, grofweg, in een viertal trefwoorden worden samengevat: ouderen zijn hulpbehoevend, afhankelijk van anderen, ziekelijk en vooral eenzaam of leven geÔsoleerd. Krantenberichten met koppen als "BEJAARDE NA TWEE WEKEN DOOD IN HUIS GEVONDEN" en "MAN (75) LAG DAGEN DOOD THUIS" benadrukken dit beeld van isolement op oudere leeftijd. De negatieve beeldvorming wordt zo in stand gehouden.
De boven aangehaalde cijfers laten echter duidelijk zien dat eenzaamheid niet kenmerkend is voor de oudere medemens. Het merendeel van ouderen (80%), zegt weinig of geen last te hebben van eenzaamheid. Ouderen als groep zijn in principe dan ook niet eenzamer dan andere leeftijdsgroepen. Wel is het zo dat ze eerder met situaties geconfronteerd kunnen worden die gevoelens van eenzaamheid kunnen oproepen.
Ook andere bevolkingsgroepen worden geplaagd door eenzaamheidsgevoelens. Hoe bekend is niet het feit dat veel gehuwde vrouwen zich (weer) op de arbeidsmarkt of in het vrijwilligerswerk willen begeven om onder andere het eigen isolement of de eenzaamheid te doorbreken. Of het gegeven dat veel -vooral langdurig- werklozen zich geÔsoleerd voelen ten opzichte van hun maatschappelijke omgeving. Ze staan, naar eigen zeggen, buitenspel. En het zijn zeker niet uitsluitend ouderen die onder de rubriek "Huwelijk en Kennismaking" op zoek zijn naar een duurzame relatie om een einde te maken aan de eenzaamheid. Wie herinnert zich niet de advertenties van de Stichting IdeŽle Reclame (SIRE) uit kranten en tijdschriften waarin opgeroepen werd, aandacht te schenken aan de buren. Er hoeft, volgens deze advertenties, slechts ťťn balkon of tuinhek geslecht te worden om de daarachter veronderstelde eenzaamheid op te heffen. In deze boodschap wordt de individualiserings-trend van onze moderne samenleving aangewezen als ťťn van de belangrijkste oorzaken van eenzaamheid.

Niet kwantiteit maar kwaliteit
Mevr. Jenny de Jong GierveldVolgens mevrouw De Jong-Gierveld (zij heeft veel onderzoek naar eenzaamheid gedaan) heeft eenzaamheid veel te maken met het hebben van duurzame relaties: gescheiden en vooral recent verweduwde mensen voelen zich veel eenzamer dan ongehuwden. Ongehuwden, op hun beurt, rapporteren weer meer eenzaamheidsgevoelens dan gehuwden.
Een tweede belangrijk element bij het ontstaan van eenzaamheid is de persoonlijkheid: mensen met een negatief zelfbeeld voelen zich eenzamer dan mensen die positiever over zichzelf denken. Misschien verklaart dit het feit dat er - bij gedragsonderzoek met behulp van observaties - vaak een verband gevonden wordt tussen "eenzaamheid" en "depressief gedrag".
De woonsituatie blijkt, zeer verrassend, nauwelijks van invloed te zijn. Mensen die in een klein en overzichtelijk dorp wonen, lopen evenveel kans getroffen te worden door eenzaamheidsgevoelens als mensen die in een grote moderne buitenwijk wonen.
Tot slot stelt de onderzoekster dat ouderen zich net zo eenzaam voelen als jongeren: leeftijd alleen speelt een te verwaarlozen rol. Onder ouderen in de leeftijd tot ongeveer 75 jaar worden niet meer eenzamen aangetroffen dan onder andere volwassenen. Onder hoogbejaarden komt echter vaker eenzaamheid voor: bij 80-plussers worden ongeveer twee maal zoveel eenzamen aangetroffen als bij jongere leeftijdsgroepen.
Algemene conclusie uit veel onderzoek is dat niet het aantal contacten maar de kwaliteit van die contacten doorslaggevend is.

Risicogroep
Jong en oud, zo blijkt wel, worden beiden geplaagd door gevoelens van eenzaamheid. Leeftijd alleen speelt een ondergeschikte rol. Het zijn vooral bepaalde omstandigheden die eenzaamheidsgevoelens tot gevolg hebben. In dit opzicht lopen sommige ouderen wel een groter risico.
Het verlies van relaties, een belangrijke oorzaak van eenzaamheid, komt bij ouderen vaker voor. Daar de gemiddelde levensverwachting voor vrouwen beduidend hoger is dan voor mannen, zal dit dus het meest gelden voor vrouwen. Eenzaamheid bij weduwen wordt in sommige situaties (nog) versterkt doordat de inhoud van de contacten met vooral de kinderen niet overeenkomt met de verwachtingen daarover. Het resultaat is teleurstelling en ontevredenheid.
Een andere risicofactor is de afwezigheid van sociale contacten: geÔsoleerd wonende ouderen zeggen vaker zich eenzaam te voelen. Het hebben van kinderen is niet altijd een garantie tegen dit isolement. Kinderen wonen (vaak) zeer ver weg en bijna nooit binnen loopafstand. Hoogbejaarden hebben daarnaast kinderen die op hun beurt al weer "bejaard" zijn.
Weinig activiteiten, een sombere kijk naar de toekomst en verveling zijn bovendien ook bronnen voor het ontstaan van eenzaamheidsgevoelens. Het al dan niet hebben van hobby's of een andere duidelijke vrijetijdsbesteding hangt af van de opleiding en het inkomen: lager geschoolden (wat in de meeste gevallen ook een laag inkomen betekent) hebben meer moeite de vrije tijd zinvol door te komen. Ze geven dan ook vaker aan zich eenzaam te voelen dan ouderen met een voortgezette of hogere opleiding.
Dat de gezondheidsbeleving belangrijk is, blijkt wel uit het feit dat ouderen die zich minder gezond voelen meer eenzaamheidsgevoelens rapporteren dan leeftijdsgenoten die zich redelijk gezond voelen. Tenslotte is ook gebleken dat deze gevoelens meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomen: 33 tegen 16%

Opvattingen over ouder worden
Ouderen zijn dus in principe niet eenzamer dan mensen uit andere leeftijdscategorieŽn. Sommige groepen lopen wel een verhoogd risico en/of verkeren in een isolement (bijvoorbeeld door het afnemen van het aantal relaties).
Dit isolement heeft ook veel te maken met de plaats die ouderen in de samenleving innemen en de veranderingen in de betrokkenheid van die ouderen bij het maatschappelijk gebeuren. Kortom het beeld dat bestaat over ouder worden.
Worden ouderen nu door de maatschappij in een "buitenspel" positie gedwongen of zoeken ze die positie zelf op?
Hierover bestaan twee tegenover elkaar staande opvattingen. Aan de ene kant staat de zogenaamde activiteitentheorie. Deze stelt dat de oudere betrokken wil blijven bij het maatschappelijk gebeuren. Hij of zij probeert de rollen die verloren zijn gegaan (onder andere door pensionering; kinderen uit huis) te compenseren en te voorkomen dat een gevoel van niet-meer-nodig-zijn de overhand krijgt. In onze maatschappij is het (zeer) moeilijk voor de oudere volwassene dit te realiseren. De oudere wordt min of meer gedwongen van zijn verdiende rust genieten. Rolverlies is dan onvermijdelijk. De oudere raakt steeds meer geÔsoleerd. De ouderenzorg en het welzijnswerk benaderen de ouderen sterk vanuit de activiteitentheorie: hun streven is er een van activeren, van betrekken bij het maatschappelijk proces.
Tegenover deze theorie staat de disengagementtheorie: ouderen zoeken juist een sociaal isolement, ze willen zich graag terugtrekken en op zoek gaan naar een zekere rust. De samenleving moet ouderen dit recht gunnen en de ruimte ervoor geven. Door dit wederzijds proces van afstand nemen wordt de persoon ontslagen van (vroegere) plichten. Het ingrijpen zoals dat door het welzijnswerk wordt gedaan, wordt binnen deze visie sterk afgekeurd.
Tussen deze twee theorieŽn ligt een scala aan opvattingen over de positie van ouderen in de samenleving. Veelal zijn het afzwakkingen of aanpassingen van een van beide standpunten.
Ouder worden is een individueel ontwikkelingsproces. Persoonlijkheid, levensloop, fysieke en sociale omstandigheden zijn daarin bepalend. Sommige ouderen zijn uiterst tevreden wanneer ze zich kunnen terugtrekken en afstand mogen nemen, terwijl anderen tot op zeer hoge leeftijd betrokken wensen te blijven bij het geheel. Ook kan het voor anderen weer een tijdelijke situatie zijn, namelijk "terugtrekken" als periode van bezinning om vervolgens weer opnieuw midden in het leven te gaan staan.

Eenzaamheid in het verzorgingshuis
Je kunt niet zonder meer zeggen dat er in verzorgingshuizen meer eenzaamheid voorkomt dan daarbuiten. Verzorgingshuisbewoners onderscheiden zich namelijk op een aantal aspecten van thuiswonende ouderen (onder andere leeftijd, lichamelijke vitaliteit en de mate van zelfredzaamheid, burgerlijke staat) waardoor beide groepen niet zů maar met elkaar vergeleken kunnen worden.
Gevoelens van eenzaamheid zijn vaak wel een belangrijke reden voor ouderen om te verhuizen naar een verzorgingshuis. Dit betekent dat vooral de zich eenzaam voelende ouderen naar een verzorgingshuis gaan.
Uit het al eerder genoemde onderzoek van mevrouw De Jong-Gierveld naar verschillen in eenzaamheidsbeleving tussen ouderen die met de indicatie "eenzaamheid" waren opgenomen en zij, die nog niet zijn opgenomen met dezelfde indicatie, blijkt dat de "eenzame" oudere na opname een algehele opleving doormaakt. De eenzaamheidsbeleving is na opname in het verzorgingshuis afgenomen in vergelijking met de periode van voor de opname. Ook blijkt uit dit onderzoek dat ze hun gezondheid na opname als positiever beleven. De ouderen voelen zich minder beperkt door lichamelijke oorzaken in het aangaan en onderhouden van contacten. Men beleeft zichzelf als actiever. Dit onderzoek lijkt een uitzondering te vormen, in die zin dat hier geconcludeerd wordt dat opname (in een verzorgingshuis) een positief effect heeft.
Daar staat tegenover dat uit een ander onderzoek is gebleken dat verzorgingshuisbewoners juist minder vaak bezoek krijgen van kinderen, familie, buren en kennissen. De bewoners hebben daarnaast ook zelf minder mogelijkheden om op bezoek te gaan bij anderen dan zelfstandig wonenden.
Of dit nu komt door het gaan wonen in een verzorgingshuis is niet geheel duidelijk. Het hebben van weinig contacten met medebewoners kan ook het gevolg van een levensstijl zijn waarin contacten buiten de familie nooit een belangrijke plaats hebben ingenomen. Doordat het leven van de bewoners zich nu grotendeels of geheel binnen de muren van het verzorgingshuis afspeelt, worden juist contacten buiten de familie ineens belangrijk. Niet iedereen is in staat of gewend deze contacten met medebewoners alsnog op te bouwen.

Oorzaken van eenzaamheid of vereenzaming bij bewoners van een verzorgingshuis
In het voorgaande zijn al veel oorzaken genoemd. Wij zetten de meest voorkomende bij verzorgingshuisbewoners hier nogmaals op een rijtje.

  • Wegvallen van de partner.
    Een ervaring van een verzorgster:'In het verzorgingshuis waar ik stage liep heb ik kennisgemaakt met mijnheer D. Hij was hier met zijn vrouw komen wonen. Inmiddels was zij overleden. In gesprekken met andere verzorgsters ben ik te weten gekomen, hoe hij was toen zij vrouw nog leefde. Hij was toen een man die ondanks zijn handicap nog plezier in het leven had. Hij deed overal actief aan mee en had goede contacten met andere bewoners. Plotseling stierf zijn vrouw. Hij had hier begrijpelijk veel verdriet van. Je verliest een deel van je leven en daar stap je niet zomaar overheen. Mijnheer D. die eerst nog inhoud in zijn leven zag, veranderde in een stille, teruggetrokken man. Hij bleef zo veel mogelijk alleen op de kamer. Hij wilde alleen zijn met zijn gedachten. Als ik hem verzorg, merk ik, dat hij het leven niet meer zo ziet zitten. Hij vindt het ook heel erg, dat hij verschillende kwaaltjes heeft. Hij zegt vaak dat hij alleen is: "Als mijn vrouw er nog was dan wist ik wel waarvoor ik leefde, maar nu weet ik dat niet".
     
  • Wegvallen van familie, vrienden en bekenden.
    Mevrouw V gaat veel om met mevrouw H die naast haar op de afdeling woont. Zij kennen elkaar al van vroeger. Mevrouw H woont nog met haar man. Mevrouw H en V doen veel samen, zoals handwerken en boodschappen doen. Omdat de man van mevrouw H veel verzorging nodig heeft verhuizen zij naar een ander huis. Als het echtpaar verhuisd is, komt er een moeilijke tijd voor mevrouw V. Het personeel grijpt op tijd in, zodat zij onder de andere mensen blijft komen. Ze voelt zich nu eenzaam, al is ze vaak genoeg bij andere mensen: "Ik voel me dan niet op mijn gemak", zegt ze.
     
  • Zich terugtrekken in eenzaamheid ten gevolge van een handicap.
    In een verzorgingshuis wonen veel ouderen met een handicap. De redenering zou dan kunnen zijn dat als de meeste mensen dat hebben, ze zich niet meer tegenover elkaar hoeven te schamen. Toch gebeurt het wel, iedere handicap is weer anders. De een kan het beter accepteren dan de ander. De ene handicap is ook zwaarder, waardoor de mogelijkheden beperkt worden.
    Mijnheer T. heeft de ziekte van Parkinson. Hij loopt moeilijk, het praten gaat niet zo goed. Hij kan soms niet uit zijn woorden komen. Hierdoor gaat hij stotteren. Als hij met andere mensen praat, schrikt het hem af om iets aan hen te vragen. "Ik voel me dan ook niet meer op mijn gemak. Ze betrekken mij er ook niet meer bij en dat is zeer pijnlijk". De laatste tijd voelt hij zich hierdoor erg alleen en geÔsoleerd. Hij blijft liever alleen. Hierdoor gaat hij weer veel piekeren. Hij wordt gestimuleerd naar de dagopvang te gaan. Nu hij meer onder mensen komt bij wie hij zich thuis voelt, gaat hij weer vooruit.
     
  • Bescheidenheid: 'Ik wil niet lastig zijn'.
    Veel ouderen vinden dat zij niet te veel mogen vragen aan hun kinderen "Zij hebben toch hun eigen leven met hun zorgen en problemen, daar kan ik toch niet ook nog eens bijkomen". Dit kan ook gelden voor verzorgenden: "Zij zijn toch al zo druk en er zijn mensen die er slechter aan toe zijn dan ik".
     
  • Moeilijk of onplezierig gedrag.
    Niet iedereen heeft eenzelfde karakter en dat is maar goed ook. Maar er zijn mensen die echt moeilijk of onplezierig gedrag vertonen, wat de omgang met anderen bemoeilijkt. Anderen blijven liever bij hem weg, want ze merken dat het niet prettig is om met hem om te gaan. Zo doen wij dat toch immers allemaal? Lopen wij allemaal niet eens 'met een boogje om iemand heen'?

Eenzaamheidsverwerking
Eenzaamheid is een gevoel en daardoor erg subjectief. Hoe iemand met eenzaamheid omgaat varieert van persoon tot persoon. Er zijn echter grofweg twee manieren (je zou kunnen spreken van stijlen) te onderscheiden waarop mensen met gevoelens van eenzaamheid omgaan:

  • Uitbreiden van het aantal contacten en/of verdiepen van de kwaliteit van de contacten. Voor veel ouderen in het verzorgingshuis zal dit erg moeilijk of zelfs onmogelijk zijn.
  • Aanpassen van de wensen ten aanzien van de kwaliteit van- of het aantal contacten. Dit is een stijl die veel ouderen hanteren: "Ach ik heb in mijn leven al zo veel meegemaakt, ik hoef niet meer zo nodig". Er kan een verschil blijven bestaan tussen wens en werkelijkheid, maar de oudere probeert 'minder zwaar aan dit verschil te tillen'.

Om zelf iets aan eenzaamheid te kunnen doen moet een oudere zijn situatie kunnen veranderen, weten hoe deze te veranderen en ook daadwerkelijk willen deze te veranderen.
Veel ouderen zijn door lichamelijke handicaps erg beperkt in hun mogelijkheden om zelf iets te kunnen doen (denk aan ernstige gehoorproblemen, immobiliteit). Anderen zullen graag nieuwe contacten willen leggen maar niet weten hoe ze dat moeten aanpakken. Weer anderen zullen wel meer contacten willen hebben maar stellen daar zoveel eisen aan dat er in de praktijk niets van komt.

Zaken die eenzaamheid bevorderend zijn
Vereenzaming kan in verzorgingshuizen door tal van factoren beÔnvloed worden. Door hierop te letten kunnen we wat aan eenzaamheid doen. Een aantal factoren zijn:

  • Gebrek aan privacy
    Het gevoel niet meer jezelf te kunnen en mogen zijn, bekeken en besproken te worden door medebewoners en personeel, kan vereenzaming in de hand werken. Bewoners kunnen zich 'steeds meer gaan bekijken door de ogen van anderen' en zich ernaar gaan gedragen. Zij raken daardoor van zichzelf verwijderd ('Ik ben mezelf niet meer') wat gevoelens van alleen zijn en eenzaamheid kan veroorzaken.
  • Sterke scheiding tussen het verzorgingshuis en de buitenwereld
    In hoeverre is het verzorgingshuis een thuis of een te-huis? Huisregels kunnen benauwend werken. Hoe 'open' is het verzorgingshuis voor de omringende wijk, zijn allerlei procedures stimulerend en uitnodigend of juist niet? Een aantal instellingen heeft dit ertoe gebracht om 'positieve huisregels' op te stellen: niet aangeven wat niet mag maar aangeven wat juist wel mag.
  • Sterke afhankelijkheid van het verzorgend personeel.
    Het is van groot belang voor het gevoel van eigenwaarde dat bewoners zoveel mogelijk gestimuleerd worden tot zelfzorg en dat mantelzorg door partner, familieleden of vrienden wordt gestimuleerd.
  • Gebrek aan zinvolle bezigheden.
    Het is belangrijk dat bewoners een keuze aan activiteiten hebben en dat deze activiteiten zoveel mogelijk aansluiten bij de wensen en ideeŽn van de bewoners. Deze wensen en ideeŽn zullen in de loop van de jaren bovendien steeds wijzigen.
  • Een negatieve sfeer.
    Als er een negatieve sfeer op een afdeling of in een huis is, dan heeft dat invloed op de beleving van de bewoners en kan het gevoelens van eenzaamheid in de hand werken.
  • Eigen levenshouding van een bewoner.
    Al eerder is opgemerkt dat veel eenzame ouderen juist naar het verzorgingshuis verhuizen. Het is belangrijk daar rekening mee te houden. Hou er wel rekening mee dat niet ieder op eenzelfde manier geholpen wil worden 'in zijn eenzaamheid'.

Individuele benadering
Isolement kan op den duur invaliderend werken. Een prikkelarme omgeving kan psychosociale problemen tot gevolg hebben zoals bijvoorbeeld desoriŽntatie, angst, wantrouwen, depressiviteit, cognitieve problemen, zelfverwaarlozing, enzovoorts. Ouderen die in een isolement verkeren moeten daarom altijd de aandacht hebben van verzorgenden, verpleegkundigen, huisarts enzovoorts.

  • Allereerst is het belangrijk dat signalen juist worden geÔnterpreteerd.
  • Is er sprake van eenzaamheid en is de bewoner zich hier van bewust?
  • Gaat het om een gemis aan vrienden en kennissen waarbij het gaat om het aantal contacten (we spreken dan van sociale eenzaamheid) of om een gemis aan intimiteit (emotionele eenzaamheid)?
  • Wil de bewoner de eigen situatie veranderen?
  • Samen met de bewoner kan gezocht worden naar mogelijkheden om de situatie te veranderen. Standaardoplossingen of plannen die bij andere bewoners succesvol waren, zijn niet voor iedereen geschikt. Ga goed na wat er moet gebeuren en 'maak kleine stapjes' omdat deze voor iemand die eenzaam is, soms al grote stappen zijn.
  • Evalueer na enige tijd samen met de bewoner. Te vaak wordt gedacht dat na het uitvoeren van de plannen de rest vanzelf komt. Ga, als de resultaten niet voldoen, zorgvuldig na waarom dit zo is. Een goede analyse van de oorzaken geeft de mogelijkheid om de oorzaken daarvan aan te pakken.

Ondersteuning
In verzorgingshuizen kan verder eenzaamheid bestreden worden op uiteenlopende manieren zoals bijvoorbeeld:

  • het goed voorbereiden van toekomstige bewoners op het gaan wonen in het verzorgingshuis (duidelijk maken wat men kan verwachten, wat de mogelijkheden zijn en vastleggen in hoeverre van die mogelijkheden gebruik gemaakt zal gaan worden);
  • het opzetten van gespreksgroepen van nieuwe bewoners en/of het organiseren van (periodieke) themabijeenkomsten voor nieuwe bewoners;
  • het aanstellen van een medebewoner als tijdelijke 'mentor' voor een nieuwe bewoner;
  • het aanbieden van extra contactmogelijkheden in de vorm van dagopvang, huiskamers en gespreksgroepen;
  • het beginnen met eettafelprojecten waar bewoners gewoonlijk allemaal de maaltijd op de kamer gebruiken;
  • het streven naar schaalverkleining in het huis (decentraliseren), bewonersgericht werken en van start gaan met team-verzorging.

Niet alles is oplosbaar
Het voorgaande overzicht van aspecten van eenzaamheid en isolement en de mogelijkheden tot het tegengaan ervan is zeker niet volledig. Het heeft vooral tot bedoeling om dit onderwerp wat meer 'grijpbaar' te maken. Velen zien echter weinig mogelijkheden een bijdrage te leveren aan het opheffen van isolement en eenzaamheidsgevoelens. Twee dingen dienen daarbij in het oog gehouden te worden, namelijk dat isolement zowel maatschappelijke als sociale aspecten heeft. Beiden vereisen een verschillende benadering. Eenzaamheid is verder een subjectief beleven, dat niet per definitie altijd door activiteiten van hulpverleners bestreden of opgeheven kan worden. In elke situatie zal bekeken moeten worden welke bijdrage door de oudere zelf, vrijwilligers en beroepskrachten geleverd moet worden om aan de noden van de oudere zo goed mogelijk tegemoet te kunnen komen.

BTSG InfoBulletin
 

© BTSG 2014

Disclaimer