Genormaliseerd wonen voor psychogeriatrische ouderen

Genormaliseerd wonen is een kleinschalig opgezette combinatie van wonen en zorg, verzorging en 24-uursbegeleiding die is geïntegreerd in een zo normaal mogelijke woonomgeving en bedoeld voor psychogeriatrische ouderen. Genormaliseerd wonen kan een alternatief vormen voor verpleeghuisopname.
Voor de doelgroep van genormaliseerd wonen is het verzorgingshuis een te lichte voorziening, met name door de 24-uurs begeleiding. Het verpleeghuis daarentegen levert teveel zorg, de restvaliditeit van de ouderen wordt daar niet voldoende aangesproken. Genormaliseerd wonen vult in dit perspectief een hiaat tussen de klassieke voorzieningen.
Door de kleinschaligheid van projecten genormaliseerd wonen (units van vier tot zeven personen) kan de zorg meer aan de individuele oudere worden aangepast. De bewoners worden zoveel mogelijk gestimuleerd tot zelfzorg en zelfstandigheid. Er wordt niet meer zorg geboden dan nodig is, maar ook niet minder. De gezamenlijke huishouding geeft structuur aan het dagelijkse leven. De tijden van eten en opstaan kunnen variëren, hierdoor krijgt het leven in deze projecten een ongedwongen en natuurlijk verloop.
In 1994 waren veertien van dit soort projecten bekend in Nederland die onderzocht werden. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen.

Positieve effecten
Onderzoek in verpleeghuis 'De Landrijt' heeft aangetoond dat bewoners in een genormaliseerd wonen project een vorm van zorg geboden kan worden die niet alleen goedkoper kan zijn dan in het verpleeghuis, maar bovendien hun psychosociaal functioneren positief beïnvloedt.
De kosten per bewoner per dag in projecten genormaliseerd wonen zijn lager dan de gemiddelde totale kosten per bewoner per dag in een verpleeghuis.
Ook uit onderzoek van de Stichting Experimenten Volkshuisvesting blijkt dat de exploitatiekosten van woonvoorzieningen lager zijn dan in vergelijkbare klassieke voorzieningen.

Potentiële doelgroep
Uit een onderzoek naar de omvang van de doelgroep voor genormaliseerd wonen in verpleeghuizen en groepsverzorgingsafdelingen in verzorgingshuizen is het volgende gebleken.
Bij een conservatieve schatting, waarbij strenge indicatiecriteria zijn gehanteerd, voldoen 8,6% van de verpleeghuispopulatie en 10,7% van de bewoners van groepsverzorgingsafdelingen in verzorgingshuizen aan de indicatiecriteria voor een project genormaliseerd wonen. De onderzoekers geven aan dat dit een ondergrens is en dat in de praktijk de aantallen iets hoger zullen uitvallen.
Van de verpleeghuisbewoners zijn 11,6% van de bewoners qua functioneren vergelijkbaar met de project bewoners en voor de groepsverzorgingsafdeling was dat 14,6%. Aangetoond wordt dat in psychogeriatrische verpleeghuizen zich bewoners bevinden, voor wie een andere vorm van zorg denkbaar is.

Verschillen met groepsverzorging in verzorgingshuizen (substitutieprojecten verpleeghuiszorg)
Door sommigen is aangevoerd dat in het verzorgingshuis gecreëerde groepsverzorgingen een alternatief kunnen zijn voor genormaliseerd wonen, omdat ze ongeveer dezelfde populatie zouden bevatten. Dit beeld blijkt maar ten dele te kloppen. Deze bewoners zijn wat hun geestelijke vermogens betreft wel vergelijkbaar met de bewoners van de projecten genormaliseerd wonen, maar hun lichamelijke validiteit is veel geringer. Deze groep vertoont de meeste overeenkomsten met verzorgingsbehoevende bewoners in (psychogeriatrische) verpleeghuizen. Weliswaar voldoet 10,7% aan de criteria voor genormaliseerd wonen, maar op het totaal gezien is dit nauwelijks substantieel te noemen.

Aandachtspunten in de therapie of begeleiding
In de therapie of begeleiding van personen met een dementie syndroom worden veelal de volgende accenten gelegd:

  • opvang in groepsverband (sociotherapie), waarbij centraal staat het scheppen van een sfeer waarin mensen zich veilig voelen en eenzaamheid en isolement worden voorkomen.
  • vormen van gedifferentieerde groepen zodat de juiste voorwaarden aanwezig zijn voor een klimaat dat optimaal is afgestemd op de behoefte van de individuele oudere. Nadeel is de noodzaak tot eventuele verplaatsing bij verslechtering.
  • kleinschaligheid; uit therapeutisch oogpunt zijn kleine groepen ideaal, waarbij het maximum aantal deelnemers rond de tien ligt.
  • normalisatie, het streven om het leven zo 'normaal' mogelijk te laten verlopen, waarbij met het verblijf in een groep een soort gezinssituatie wordt gecreëerd. Het betrekken van mensen bij huishoudelijke werkzaamheden werkt bijvoorbeeld stimulerend.

In de beginfase staan training en activering voorop, met als doel het zo lang mogelijk in stand houden van de intacte functies, het bevorderen van zelfvertrouwen en het gevoel van eigenwaarde.

Zelfstandige woonruimte
Het is niet voor de hand liggend om ook voor deze doelgroep zelfstandige woonruimte te realiseren, gezien het afnemen van het vermogen om zich bewust te zijn van de directe omgeving en andere praktische punten zoals dwaalneigingen. Op grond van een aantal overwegingen wordt toch aan zo'n aanpak gedacht. Het gaat dan bijvoorbeeld om:

  • de vergroting van de kwaliteit van het leven;
  • het brengen van de zorg naar de oudere;
  • de mogelijkheid van het geven van toegesneden zorg dan wel therapie (differentiatie);
  • de mogelijkheid van kleinschalige oplossingen, ook weer om de zorg naar de oudere toe te brengen en om op lokaal niveau de oudere in de eigen omgeving te helpen;
  • het niet scheiden van partners.

Voorwaarden voor projecten die zich richten op psychogeriatrische ouderen
Bij de ontwikkeling van een formule voor projecten die zich richten op psychogeriatrische ouderen kunnen een aantal voorwaarden worden gesteld.

  • Er dienen duidelijke afspraken gemaakt te zijn over de inbreng van intramurale instellingen. Nodig is een achtervangfunctie en een consultatiefunctie met als doelen respectievelijk kennisoverdracht en de zekerheid van opname voor de oudere als blijkt dat zelfstandig wonen niet langer mogelijk is. Hiermee kan de kwaliteit van de zorg worden gewaarborgd. Duidelijk is van groot belang voor de eventuele partner en andere relaties van de psychogeriatrische patiënt.
  • Projecten waarin kleinschaligheid en een nagebootst gezinsverband belangrijke ingrediënten vormen, zijn wellicht doeltreffender dan de huidige opvang in het verpleeghuis. De kritiek op het traditionele verpleeghuis is immers dat zowel het ontbreken van privacy als de vervreemdende omgeving een adequate opvang in de weg staan.
  • Financiële haalbaarheid en garantie van continuïteit van projecten is een volgende voorwaarde, waarbij met name de discussie rond de financiering van de woonfunctie in verzorgingshuizen een rol zal spelen. Als de woonvorm duidelijk samenhangt met de gekozen opvangstrategie, zou het redelijk kunnen zijn om ook de huisvestingskosten voor rekening van de basisverzekering te laten komen

Meest ideale formule
Als meest ideale formule komt, gezien de mogelijkheden tot (therapeutische) begeleiding, voorlopig toch de vorm naar voren waarin sprake is van een kleine groep (tot 10 mensen) die een eigen zit/slaapkamer hebben en die wonen in een nagebootst gezinsverband. De betrokken ouderen kunnen dan onder deskundige begeleiding zo zelfstandig mogelijk wonen en waar nodig terugvallen op een verpleeghuis dat als achtervang en ondersteuning functioneert. Gemiddeld is de personeelsbezetting per bewoner 0,8 formatieplaats.
Het zo lang mogelijk behouden van een normaal levensritme en een plaats in de samenleving kan als waarde op zich beschouwd worden en vormt als zodanig al een bestaansgrond voor kleinschalige genormaliseerd wonen projecten.

Nadere omschrijving doelgroep
Een doelgroep voor projecten genormaliseerd wonen zou in eerste instantie kunnen zijn de nog thuiswonende vergeetachtige, demente ouderen die 24-uursbegeleiding nodig hebben bij de algemene dagelijkse verrichtingen (ADL) en dagstructurering behoeven. Zij zijn wel of niet alleenwonend, waarbij het thuisfront de gewenste zorg niet meer kan leveren.
In tweede instantie zou het kunnen gaan om vergeetachtige, demente ouderen, woonachtig in het verzorgings- en verpleeghuis, die 24-uursbegeleiding nodig hebben bij de algemene dagelijkse verrichtingen (ADL) en dagstructurering behoeven.
Het gaat om vergeetachtige ouderen, die niet gedragsgestoord zijn en zich sociaal enigszins kunnen aanpassen. Om deze doelgroep te herkennen zijn hieronder puntsgewijs gedragingen beschreven. Deze gedragingen komen in samenhang met elkaar in meerdere of mindere mate voor. De optelsom van deze gedragingen kan het indicatiecriterium vormen tot toelating in een project. Het gaat om ouderen die:

  • vergeetachtig zijn en daardoor begeleiding nodig hebben;
  • gedesoriënteerd zijn in tijd en soms ook in plaats;
  • door hun desoriëntatie negatieve aandacht vragen aan hun omgeving;
  • onvoldoende in staat zijn om een eigen dagprogramma in te delen en na te leven;
  • met professionele hulp nog een grote mate van zelfstandigheid bezitten op het vlak van ADL;
  • zich onveilig, onzeker, angstig en eenzaam voelen in de thuissituatie of om andere redenen in een sociaal isolement verkeren;
  • in samenhang met het bovenstaande nog wel in staat zijn om contacten te maken met andere bewoners, gericht op een sociaal functioneren; die het belangrijk vinden om in hun woonsituatie nog privé mogelijkheden te hebben.

Voor ouderen uit het verzorgingshuis en verpleeghuis kan daaraan toegevoegd worden:

  • ouderen die opgenomen zijn in het verzorgingshuis en verpleeghuis waarvoor binnen een dergelijk project een alternatief voor verpleeghuisopname wordt geboden.

Het streven is bewoners zo lang mogelijk binnen het project te laten verblijven. Grenzen worden bereikt bij ouderen die:

  • ondanks de geboden professionele begeleiding qua zelfstandigheid te veel zorg behoeven en onvoldoende reageren op stimuleren;
  • géén mogelijkheden (meer) hebben om deel te nemen aan groepsactiviteiten;
  • ernstige zwerfneigingen hebben;
  • door onaangepast gedrag, decorumverlies e.d. een negatieve invloed hebben op de leefgemeenschap en het leefklimaat in de groep;
  • door een somatische aandoening meer specifieke en/of intensieve verzorging behoeven.

In dergelijke situaties zal (mede in overleg met de familie) de bewoner voorgedragen worden voor opname in het verpleeghuis.

Peter van Schijndel, BTSG
Verschenen in BTSG InfoBulletin, nr. 26, juni 1994

Literatuur
Bergvelt, D.; A. Janzen: Zorg en wonen bij psychogeriatrische problemen, SEV, Rotterdam, 19 mei 1992
Duine, T.J. en H.J.M. Peters, Genormaliseerd Wonen - een incident ? Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie 1987; 18, pag. 225-231.
Korsten, A.H.D.. Beschermd wonen voor psychogeriatrische patiënten in het zuidelijk deel van de westelijke mijnstreek. Stageverslag, Rijksuniversiteit Limburg, Gezondheidswetenschappen, Beleid en beheer, Maastricht 1992.
Paters, L. en A.M. de Ruiter, Genormaliseerd wonen voor psychogeriatrische ouderen. Scriptie Landbouwuniversiteit Wageningen, 1993.
Paters, L. en A.M. de Ruiter, Genormaliseerd wonen voor psychogeriatrische ouderen. Een onderzoek naar kosten en financiering, Senior 12, 1993.
Peters, H.J.M en T.J. Duine: het project 'genormaliseerd wonen' van verpleeghuis 'De Landrijt' te Eindhoven. Enkele uitkomsten van een experiment in de psychogeriatrische zorg. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie 1987; 18, pag. 187 - 191.
Plaisier, A.J., A.T. Douma, M. Fahrenfort, G.J.F. Leene, Het Anton Pieckhofje, NZI, Utrecht, 1992.
SEV, prijsbewust woonzorgprojecten, kenmerken kosten en kostendragers. RIGO, Amsterdam, 1992

Meer over kleinschalig wonen.
Meer weten? Bezoek onze bibliotheek.