Integrerend verplegen in een psychogeriatrisch verpleeghuis

Om nog klantvriendelijker te kunnen werken voerde Verpleeghuis de Pauwenhof eind jaren tachtig het bewonergericht werken volgens het model Integrerende Verpleegkunde in. Na jaren werken volgens deze systematiek ontstond de behoefte aan een evaluatie. Een beknopt verslag van de theorie, bevindingen en aanbevelingen. Belangrijkste bevinding: Integrerende Verpleging gaat niet alleen de verpleging aan.
Het model Integrerende Verpleging (verder afgekort met IV) is ontwikkeld door Grijpdonck en richt zich zowel op de bewoners als op de verpleegkundigen. Voor de bewoner omvat het een zorgverlening die optimaal tegemoet komt aan al zijn of haar behoeften, voor de verpleegkundigen en ziekenverzorgenden biedt het mogelijkheden voor zelfontplooiing en professionalisering van het beroep.

Het model kent drie uitgangspunten:

  • De benadering van de bewoner als persoon. De verpleegkundige zorg richt zich op de mens die ziek is en beperkt zich niet tot de ziekte (integratie van psychosociale en somatische zorg).
  • Ontplooiing van de verpleegkundige. Er wordt een beroep gedaan op de eigen deskundigheid en creativiteit van de verpleegkundige/verzorgende. Deze bepaalt mede de wijze waarop de zorg aan de bewoner het best kan worden gerealiseerd.
  • Professionalisering van het verpleegkundig beroep. Het Systematisch Verpleegkundig Handelen stimuleert de verzorgende tot het verder uitdiepen van haar kennis en vaardigheden.

Voorwaarden bij het invoeren
Het invoeren van IV gaat met vele veranderingen gepaard. Het eist veel van de organisatie wat betreft de realisering van voorwaarden en middelen. Belangrijke voorwaarden zijn:

  • De functies van verpleegkundige en afdelingshoofd krijgen een andere inhoud en er worden een aantal nieuwe functies gecreëerd, namelijk die van coördinator, groepsleider en afdelingsassistent. Het afdelingshoofd is onder meer verantwoordelijk voor het bepalen van het beleid van de afdeling. Hij/zij zorgt voor een werkklimaat dat de arbeidstevredenheid bevordert en de persoonlijke ontplooiing van verplegenden mogelijk maakt. De coördinator zorgt ervoor dat nieuwe opvattingen, ontwikkelingen en tendensen in de verpleegkunde op de afdelingen in praktijk kunnen worden gebracht. De coördinator is de interne begeleider van de verpleging.
  • De groepsleider (teamleider) heeft -als primus inter pares- een tijdelijke, zuiver functionele bevoegdheid om het werk te coördineren en een vlot verloop ervan te verzekeren. Iedere verpleegkundige kan daarvoor in aanmerking komen. Dagelijks wordt de groepsleider door het afdelingshoofd aangewezen. De afdelingsassistent zorgt voor de administratieve en uitvoerende taken die geen verpleegkundige inhoud hebben.
  • De continuïteit van de zorg wordt door elkaar opvolgende verplegenden / verzorgenden gerealiseerd. Om de daarbij noodzakelijke communicatie zo goed mogelijk te laten verlopen werkt men binnen IV met bewonersbesprekingen en zorgoverleggen, verpleeg- en/of zorgplannen, verpleeg- en/of zorgdossiers, rapportage en mondelinge overdracht.
  • Het optimaliseren van verpleeguren gebeurt met behulp van het verpleegrooster. Veel van de tijd die verpleegkundigen/verzorgenden op de afdelingen doorbrengen kunnen zij niet aan bewonerzorg besteden, omdat ook andere disciplines 'beslag leggen' op de bewoner. Met behulp van een verpleegrooster wordt een werkschema opgesteld waarbij de verpleegkundige maximaal 'toegang' heeft tot de bewoner, zonder dat het werk van de medewerkers van andere diensten in de knel komt.

De middelen
Bewonerstoewijzing is een sleutelbegrip in dit model. Elke verpleegkundige krijgt een beperkt aantal bewoners toegewezen die zij van opname tot ontslag c.q. overlijden de totale verzorging geeft. Totale verzorging betekent dat de taken en opdrachten die betrekking hebben op eenzelfde bewoner door één (en dezelfde) verpleegkundige gepland, uitgevoerd en geëvalueerd worden. Hierbij kan wel een beroep gedaan worden op andere verzorgenden maar zij blijft verantwoordelijk.
Methodisch werken gebeurt door het Systematisch Verpleegkundig Handelen. Dit is een cyclisch proces dat bestaat uit vijf fasen:

  1. formuleren probleemstelling (vaststellen zorgvraag); 
  2. formuleren doelstellingen;
  3. opstellen zorgplan;
  4. uitvoering voorgestelde zorgactiviteiten aan de hand van dit plan; 
  5. evaluatie.

Belangrijk is ook dat de verplegende/verzorgende een grotere verantwoordelijkheid wil aanvaarden voor de totale zorg voor een beperkt aantal bewoners. Dit houdt in dat de verplegende er is voor de uitvoering, planning en evaluatie van de afgesproken zorg. IV fundeert de beroepsmatige verantwoordelijkheid in de persoonlijke verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheden worden verlegd naar de basis van de organisatie (= participatief beleid). Dit participatieve beleid beoogt het nemen van eigen initiatieven te stimuleren en de deskundigheden van individuele verplegenden te erkennen.

De bewonergerichte zorgorganisatie
Een dergelijke bewonergerichte zorgorganisatie laat zich dan in grote lijnen als volgt karakteriseren:

  • Het afdelingshoofd delegeert zijn/haar verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de zorg naar de verplegende (en zijn/haar team).
  • Deze verricht, voor zover mogelijk, alle nodige zorg en is verantwoordelijk voor de overdracht ervan als zij of hij zelf niet aanwezig is.
  • Om deze verantwoordelijkheden naar behoren te kunnen waarmaken, is er overleg met degenen die de zorg buiten haar/zijn dienst overnemen.
  • Er wordt een methodische werkwijze gehanteerd en in de daarvoor noodzakelijke middelen (zorgmap/zorgplan, zorgoverleg, overdracht en bewonersbespreking) is voorzien.
  • De verzorgende/verplegende moet in staat zijn het totale zorgverleningstraject te zien als een proces dat zich structureert door het formuleren van zorgbehoeften en zorgdoelen en dat vastgelegd is in het daarbij passende zorgplan.
  • Het scheppen van voorwaarden is een belangrijke taak van de leidinggevende.

Aandachtspunten
In 1995 is door BTSG een evaluatieonderzoek uitgevoerd met het doel na te gaan op welke wijze en in welke vorm in Verpleeghuis de Pauwenhof invulling is gegeven aan deze wijze van bewonergericht werken. Dit onderzoek leverde een aantal aandachtspunten op:

  • Let er goed op dat taken en verantwoordelijkheden van het afdelingshoofd, de teamleider en de zorgcoördinator (= de verpleegkundige die de in het zorgplan vastgelegde zorg en hulpverlening coördineert) elkaar toch niet (gaan) overlappen. Het participatieve beleid komt dan niet goed uit de verf. Voorbeelden waar het mis kan gaan: het afdelingshoofd neemt toch nog zaken rondom de zorg voor een bewoner over en 'zorg zaken' buiten de zorgcoördinator om regelen.
  • Een coördinatiepunt in huis waar medewerkers met vragen over deze werkwijze terecht kunnen verbetert de kans op succes. Zo wordt voorkomen dat er tussen de afdelingen verschillende interpretaties van bewonergericht werken en verschillen in bewonerstoewijzing ontstaan.
  • Zorg voor een goed multidisciplinair overleg (MDO). Er kunnen grote meningsverschillen tussen de deelnemers aan dit overleg zijn over het doel en de waarde ervan. Aanwezigheid van de familie tijdens dit overleg leidt er vaak toe dat de deelnemers vooral actuele informatie uitwisselen en de familie informeren. Het in multidisciplinair verband formuleren van problemen en het vervolgens stellen van korte en lange termijn doelen komt dan vaak onvoldoende of niet aan bod.
  • Methodisch werken is in de praktijk niet eenvoudig. Voor veel medewerkers is het moeilijk om zorgproblemen en zorgdoelen (met name psychosociale) te formuleren en een zorgplan op te stellen.
  • Bewonergericht werken komt het best tot zijn recht binnen een kleinschalige opzet.  Een afdeling (van meer dan 30 bewoners) als organisatorische eenheid raakt dan meer op de achtergrond, de nadruk ligt op kleine teams waarin zorgcoördinatoren, dagverantwoordelijken en teamleider samenwerken en staan voor de zorg van 'hun' bewoners.
  • Bewonergericht werken en het realiseren van een ondersteunende woonomgeving liggen in elkaars verlengde. Bewonergericht werken en de ontwikkeling van de woonfunctie is iets wat de totale organisatie aangaat en niet, zoals vaak het geval is, alleen de verplegingsdienst.
  • Bewonerszorg en personeelszorg zijn twee kanten van dezelfde medaille. Adequate personeelszorg en adequate bewonerszorg behoren samen te gaan.

Peter van Schijndel en Eric Nieland
Verschenen in BTSG InfoBulletin, nr. 34, oktober 1996

Literatuur

  • Koene, G., Grijpdonck, M. e.a. Integrerende Verpleegkunde: wetenschap in praktijk. De Tijdstroom: Lochem, 1989.
  • Peltenburg, H. Integrerende verpleegkunde: ieder haar verantwoordelijkheid. Portret van een patiëntgericht verpleegmodel. Vakblad voor Verpleegkundigen, nr. 21, 1993.
  • Bekkers, F. e.a. Kwaliteitsverbetering door patiëntgericht verplegen. Theorie en praktijk van de implementatie van patiëntgericht verplegen. Lemma, Utrecht, 1994.

Andere onderwerpen? Bezoek onze bibliotheek.

BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH Nijmegen.