|

Realiteits Oriëntatie Training (ROT)
Realiteitsoriëntatie training heeft als doel het dementeringsproces te
vertragen door verwarde personen te stimuleren en te activeren om het
verloren contact met de werkelijkheid terug te vinden. Op deze wijze wordt
met realiteitsoriëntatie getracht de zelfstandigheid, het zelfvertrouwen
en het welbevinden van de oudere te bevorderen, gevoelens van angst te
verminderen, en verdere sociale achteruitgang te voorkomen. Een
karakteristiek principe van realiteitsoriëntatie is dat een continue appel
wordt gedaan op de intacte functies van de dementerende oudere. De
achterliggende gedachte van realiteitsoriëntatie is dat de verwardheid van
de oudere afgeremd kan worden. Dit door het voortdurend en herhaaldelijk
aanbieden van juiste en realistische informatie over tijd, plaats en
persoon, het systematisch corrigeren van verkeerde uitspraken of
handelingen, en het stimuleren en aanmoedigen van zelfstandig gedrag.
Theoretische uitgangspunten
Aan het einde van de 50er jaren
werd de realiteitsoriëntatie training ontwikkeld door de Amerikaanse arts
Folsom. Folsom was geïnspireerd door de een theorie met betrekking tot de
hospitaliserende werking van instituties. In deze theorie wordt gesteld
dat het leven in een instelling, altijd aan regels gebonden, ertoe leidt
dat bewoners hun identiteit verliezen, steeds minder initiatieven tonen en
onverschillig worden. Langdurig verblijf van de chronisch psychiatrische
patiënten in het instituut waar hij werkte leidde tot hospitalisatie en
vervolgens tot apathie en een toename van verwardheid.
Bij de totstandkoming van de realiteitsoriëntatie training benadrukte
Folsom het prothetische karakter van de omgeving, namelijk dat de omgeving
functies kan vervangen die door de dementie verloren dreigen te gaan.
Folsom ging ervan uit dat een aangepaste omgeving, in combinatie met een
voortdurend aanbod van informatie over tijd, plaats en persoon en een
voortdurende aanspraak op de nog intacte geheugenfuncties, zou leiden tot
meer adequaat gedrag.
De realiteitsoriëntatie training is ontworpen op basis van
gedragstherapeutische principes. In de jaren 70 kwam het accent van de ROT
steeds meer te liggen op cognitieve functie training, zoals het waarnemen,
oriëntatie, begrip, aandacht en expressie. Het doel werd nu meer het
bieden van ondersteuning aan de oudere mens om greep te kunnen houden op
zijn omgeving. De training heeft zowel gedragsgerichte als kennisgerichte
kenmerken. Net als gedragstherapie is Realiteits Oriëntatie Training
directief van aanpak: de begeleider bepaalt de lijn en de oudere neemt
deze als het ware mee.
Doelgroep
Dementerenden die het meest
gebaat zijn met de realiteitsoriëntatie training zijn mensen met
verschijnselen van dementie zoals beschreven in het eerste stadium van
dementie volgens Naomi Feil (zie ook validerende benadering). Dit stadium
kenmerkt zich door beginnende dementie waarbij verwardheid optreedt. De
dementerende is zich bewust van deze verwardheid en klampt zich
dientengevolge vast aan het heden. In deze fase leeft de dementerende,
ondanks lacunes nog in 'onze' realiteit, en heeft nog het vermogen tot
ordenen en abstraheren. Ook heeft de tijd nog zijn structurerend karakter.
Ouderen met deze lichte vorm van dementie hebben vaak behoefte in de
werkelijkheid te vertoeven, en willen nog graag geholpen worden in het
vasthouden van de hedendaagse werkelijkheid. Zo lijkt met name de
realiteitsoriënterende benaderingswijze voor deze ouderen geschikt.
Wijze van toepassing
De ROT benadering kan zowel
groepsgewijs, alsmede in een 24-uurs verband aangeboden worden.
In kleine groepjes, variërend van vijf tot zeven personen, komen de
deelnemers op een vaste dag en op een vast tijdstip bij elkaar. Gedurende
de bijeenkomst krijgen de deelnemers opdrachten die gericht zijn op
waarnemen, geheugen, aandacht en concentratie. De groepsbijeenkomsten
kennen een vaste structuur, maar ook variatie.
- De groepsgewijze ROT kan er als volgt uitzien:
In het begin van de bijeenkomst wordt eerst de aandacht gericht op
afleidende gebeurtenissen, zoals lawaai, regen, fel licht etc.
Vervolgens worden de groepsleden aan elkaar voorgesteld, eventueel met
naamkaartjes. Dan wordt gevraagd hoe het met iedereen gaat. Hierbij
houdt de begeleiding in de gaten of iedereen in de bijeenkomst betrokken
is. Ook wordt aandacht besteed aan bijzondere voorvallen, zoals een
nieuw groepslid, iemand die er niet meer is, of veranderingen op de
afdeling. Tenslotte worden oriëntatie opdrachten en oefeningen gedaan.
Bij de groepsgewijze benadering ligt de nadruk niet alleen op
oriëntatietraining, maar tevens op het bevorderen van de sociale
contacten, het betrekken van de deelnemers bij de realiteit en het
prikkelen van zintuigen.
Prikkeling van functies via cognitieve spelletjes wordt ook gedaan in
velerlei groepsactiviteiten, waarin oriëntatie en realiteitszin
spelenderwijs gestimuleerd wordt. Voorbeelden van dergelijke
groepsactiviteiten zijn kookgroepen, krantenleesgroepen,
eettafelprojecten en gespreksgroepen. Ook voor de groepsactiviteiten
geldt dat deze zoveel mogelijk in vaste vorm, met vaste leden, op een
vaste plaats en op een vast tijdstip plaatsvinden.
- De 24-uurs benadering wordt in
combinatie toegepast met de groepsbenadering. Het zou immers zinloos
zijn om gedesoriënteerde ouderen een of twee keer per week te activeren
in groepsverband, en ze de rest van de week niet te stimuleren.
Bij de 24-uurs benadering wordt de oriëntatie in tijd, plaats en persoon
ondersteund door een systematische benadering gedurende 24 uur per dag.
Spelregels hierbij zijn:
- het regelmatig geven van informatie
over plaats en gebeurtenissen van het moment;
- het corrigeren van verwardheid;
- het bekrachtigen van adequaat
gedrag. Met name bij het stimuleren van sociale contacten en het
bestrijden van storend gedrag is bekrachtiging een belangrijk middel.
Bekrachtiging bestaat meestal uit het geven van complimenten of het
maken van een praatje
- de omgeving zodanig organiseren dat
deze zoveel mogelijk aanwijzingen biedt ter oriëntatie.
- De oriëntatie in ruimte wordt met name ondersteund door wegwijzers. Van belang is
dat de verzorgenden de bewoners regelmatig op de wegwijzers wijzen.
Dit leidt tot herkenning van namen, kleuren en symbolen.
- Voor de oriëntatie in tijd zijn er duidelijk leesbare klokken en speciale
ROT- borden, waarop de dag, datum, dagprogramma, jaargetijde en
bijzonderheden worden vermeld.
- Oriëntatie in persoon wordt ondersteund door spiegels, naambordjes op deuren (met
grote letters en pijlen) en door foto's (van familieleden).
Een ander belangrijk onderdeel van de
24-uurs ROT benadering is het aanbieden van een vast dag- en werkprogramma
zodanig dat de dagen herkenbaar en van elkaar te onderscheiden zijn. Een
benadering die hier goed bij aansluit is 'normalisatie'. Dit houdt in dat
het leven in de instelling zoveel mogelijk moet gelijken op het 'normale'
leven buiten de instelling. Het stimuleren van zelfredzaamheid en het
betrekken van bewoner bij huishoudelijke taken bevordert een
genormaliseerd leven in een instelling.
De bij de zorg betrokken hulpverleners
De begeleiding van de realiteitsoriëntatie training is meestal in handen
van activiteitenbegeleiders, verzorgenden en verplegenden, psychologen en
ergotherapeuten. De praktijk toont dat met name de verpleegkundigen en
verzorgenden de 24-uurs benadering toepassen en dat de
activiteitenbegeleiders, ergotherapeuten etc. voornamelijk de
groepsbenadering doen.
De rol van de familie
De rol van de familie bij ROT speelt meer in de thuissituatie dan in de
verpleeghuissituatie. Het succes van de ROT staat of valt met een juiste
attitude: van belang is dat men steeds kleine haalbare stapjes zet en dat
men de verwarde oudere voor alles wat de patiënt goed doet meteen beloont,
bijvoorbeeld door te glimlachen of te prijzen. Tevens is het essentieel
dat correcties en aanwijzingen zo onopvallend mogelijk gegeven worden.
Bron: NIVEL Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg.
BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH Nijmegen
|