Snoezelen
Snoezelen is primair gericht
op het leggen van contact met ernstig demente oude mensen, het creëren van
een veilig leefklimaat, en het teweegbrengen van gevoelens van
eigenwaarde, ontspanning en rust bij ouderen. Evenals bij de validerende
benadering staat bij snoezelen de innerlijke leefwereld van ernstig
dementerende oude mensen centraal, waarbij zij niet gecorrigeerd worden.
Met andere woorden: deze mensen mogen dement zijn, en worden in hun waarde
gelaten. Het karakteristieke van snoezelen is dat er een specifiek appel
wordt gedaan op zintuiglijke waarnemingen: mensen worden via het selectief
prikkelen van zintuigen in de gelegenheid gesteld hun emoties en gevoelens
(in het bijzonder gevoelens van genegenheid en tederheid) te uiten. Het
uiteindelijke doel van snoezelen is het optimaliseren van gevoelens van
algemeen welbevinden van iedere individuele oudere.
Theoretische uitgangspunten
Het begrip snoezelen is ontstaan in de zwakzinnigenzorg waar verbale
contacten nauwelijks of niet mogelijk zijn. Twee jongens, die in een
Nederlandse instelling voor zwakzinnigen binnen de afdeling 'ontspanning'
hun vervangende dienstplicht deden, bedachten de term snoezelen. In feite
is het een samentrekking van de woorden snuffelen, snoezen en doezen. Deze
woorden duiden op een globaal sfeerbeeld: een rustige gedempte atmosfeer
(een schemerige, sfeervolle verlichte ruimte, waar zachte muziek klinkt)
waarin allerlei materialen zijn die de zintuigen kunnen stimuleren.
Snoezelen wordt ook wel gedefinieerd als 'primaire activering'. Dit
betekent 'het in gang zetten' (activering) van de eerst ontstane
voornaamste zintuigen (primair) zoals het ruiken, het gehoor, gezicht, de
reuk, smaak en tast.
Een voor de hand liggende reden voor het ontstaan van snoezelen is het
gevoel van onmacht bij verzorgenden ten gevolge van de beperkte
communicatie met de oudere. Deze gevoelens van onmacht overheersten in de
zorg voor de oudere totdat men ontdekte dat het gestructureerd prikkelen
van zintuigen concrete aanknopingspunten biedt voor het aanbieden van
activiteiten en het leggen van contact met de zwakzinnige mens.
Ook binnen de psychogeriatrie heeft snoezelen sinds enkele jaren zijn
intrede gedaan. Evenals bij de zorg voor zwakzinnigen ervaren de
zorgverleners van ernstig demente mensen gevoelens van onmacht; namelijk
het gevoel weinig of niets te kunnen betekenen voor ernstig dementerenden
omdat handelingsactiviteiten niet meer aansluiten bij de belevingswereld
van de ouderen. Men kwam erachter dat juist ervaringsactiviteiten veel
meer aansluiten op de belevingswereld van deze mensen. Dit blijkt een
belangrijke reden waarom snoezelen, een ervaringsactiviteit die
gedefinieerd is vanuit de zwakzinnigenzorg, ook toegepast wordt in de
psychogeriatrie: snoezelen bevordert een dialoog tussen hulpverlener,
omgeving en oudere, zodat een sfeer van veiligheid en geborgenheid wordt
gecreëerd en gedrag positief beïnvloed wordt. Bij snoezelen in de
psychogeriatrie zien we een aantal principes van de validerende benadering
terug; namelijk dat de innerlijke leefwereld van de oudere centraal staat
en dat de zorgverlener deze wereld accepteert, waardeert en bereid is
daarin mee te gaan.
Doelgroep
Uit het voorgaande blijkt dat snoezelen met name geschikt is voor ernstig
gedementeerde mensen, met procesverschijnselen zoals beschreven in het
vierde stadium volgens Naomi Feil (zie
validerende benadering). Bij deze
mensen is het verbaal en verstandelijk functioneren sterk verminderd en
blijkt het zinloos activiteiten aan te bieden waarin een beroep gedaan
wordt op deze functies. Deze groep mensen is meer ingesteld op
lichaamstaal en lichamelijk contact.
Toepassing
Snoezelen kan zowel individueel als groepsgewijs aangeboden worden.
Bij de individuele benadering vindt snoezelen als onderdeel van een andere
activiteit plaats. Als een oudere bijvoorbeeld dagelijks verzorgd wordt
dan kan een snoezenactiviteit ingebouwd worden door hem / haar te laten
ruiken aan de zeep en andere lekkere geuren aan te bieden. Door mee te
gaan in de beleving van de oudere ontstaat er een band en een wederzijds
vertrouwen.
Bij de groepsbenadering wordt met name snoezelen als doelgerichte
activiteit toegepast. Deze primaire vorm van snoezelen vindt plaats in een
snoezelruimte. De snoezelruimte kenmerkt zich door een rustige, gedempte
atmosfeer, die wordt bereikt met lichteffecten, kleuren en zachte muziek.
In deze ruimte zijn materialen aanwezig die zintuigprikkeling stimuleren.
Dit houdt in dat een uitdrukkelijk beroep gedaan wordt op het ruiken,
proeven, kijken, voelen en horen. Om te ruiken zijn er parfums, bloemen,
wierook, fruit etc aanwezig. Om te proeven zijn er koekjes, verschillende
soorten drankjes en snoepgoed. Om te kijken zijn er lampen die
verschillende lichteffecten kunnen geven, er zijn spiegels en andere
glinsterende en gekleurde voorwerpen. Om te voelen zijn er voelkussens,
knuffels, poppen, sop, zand, scheerschuim etc. aanwezig. Om te horen is er
een geluidsinstallatie aanwezig waarmee allerlei muziek afgedraaid kan
worden.
Voor iedere individuele bewoner is het van belang een activiteitenplan te
maken waarin duidelijk aangegeven wordt op welke manier, met welk
materiaal en hoe lang de activiteit wordt uitgevoerd. Om zo systematisch
mogelijk aan het werk te gaan kunnen de volgende stappen ondernomen
worden:
- Het in kaart brengen van levensloopgegevens en achtergrondgegevens van de oudere.
- Het in kaart brengen van recente gegevens over het psychosociaal en fysiek functioneren.
- Het formuleren van een probleemstelling.
- Het opstellen van een activiteitenplan.
- Observatie van reacties van bewoners op geformuleerde snoezelactiviteiten.
- Het evalueren en het bijstellen van het activiteitenplan.
- Opnemen van facetten van snoezelen in het
zorgleefplan: integratie in dagelijkse zorg.
Het bovenstaande maakt duidelijk dat het
principe snoezelen niet statisch is, maar procesmatig waarin
terugkoppelingsmomenten zijn ( bijvoorbeeld na observatie) en, indien
nodig, het activiteitenprogramma aangepast wordt.
De rol van de begeleiders is ten dele actief: het signaleren, het
aanreiken van middelen, en het bezighouden, maar ook ten dele passief: de
oudere met het materiaal bezig laten.
De rol van de familie
Familieleden krijgen tegenwoordig een steeds belangrijker plaats in
verpleeghuizen. Bij snoezelen wordt het belang benadrukt om te weten hoe
de familie hier tegen aankijkt. Snoezelen betekent tevens dat de familie
geconfronteerd kan worden met oude mensen die bezig zijn met poppen en
knuffelbeesten, hetgeen moeilijk te aanvaarden is door familieleden.
Er zijn twee manieren mogelijk om de familie bij het toepassen van
snoezelen te betrekken:
- de eerste manier is dat met snoezelen
wordt gestart en na verloop van tijd de familie wordt ingelicht. Als de
familie niet instemt dan wordt de snoezenactiviteit onderbroken.
- de tweede manier is de familie vooraf
inlichten en bij de besluitvorming te betrekken. Het vooraf informeren
wordt beschouwd als de meest correcte manier.
Therapeutische waarde
Snoezelen heeft niet alleen positieve effecten heeft op demente
ouderen, maar ook op zorgverleners. De volgende positieve effecten op
demente ouderen worden genoemd:
- minder gebruik en minder snel voorschrijven van rustgevende medicatie;
- afname van onrust: er ontstaat een ontspannen sfeer tijdens de dagelijkse zorgverlening;
- afname van agressie
Zorgverleners ervaren:
- dat het leven van de demente mens meer zinvol is
- dat er een zinvolle relatie met de bewoner wordt opgebouwd.
Bron: NIVEL Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg
Website:
www.worldwidesnoezelen.com
Meer informatie over onderzoek naar
snoezelen
Andere onderwerpen? Bezoek onze
bibliotheek.
BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH Nijmegen.
|